Muziek Centrum Nederland

Algemeen

rekenmachine

Cursussen

Snelcursus fiscale tips voor musici (verslag)

"Stel je voor dat je zelf belastingcontroleur bent"

Veel mensen dromen ervan om te leven van muziek. Maar om die droom waar te maken, is een reële blik op de dagelijkse praktijk nodig. Met welke regelingen krijg je te maken? Hoe zorg je ervoor dat je niet in een administratieve nachtmerrie belandt? Donderdag 13 januari 2011 organiseerde MCN een snelcursus voor muziekprofessionals.

Een bont gezelschap aan muzikanten, bookers, promoters en agents vanuit alle genres verzamelt zich bij MCN. Veel van hen werken zelfstandig of willen dat gaan doen. Zij krijgen tips van belastingadviseurs Ed Vogel en Hans Driessen. Beiden werken bij NAHV, een belastingadvieskantoor dat is gespecialiseerd in creatieve en vrije beroepen. De deelnemers reageren eerst afwachtend, maar al snel volgen vragen en opmerkingen elkaar op. Iedereen blijkt wel eens te verdwalen in het fiscale woud. We zetten de belangrijkste begrippen van de middag op een rij.

Artiestenregeling

Uitvoerende podiumartiesten met klussen die korter dan drie maanden duren, kunnen gebruikmaken van de artiestenregeling. Deze regeling is een manier van verlonen, zonder dat er sprake is van een vast dienstverband. De opdrachtgever draagt loonbelasting af. Ed waarschuwt ervoor dat opdrachtgevers vaak niet op deze regeling zitten te wachten. “Het geeft een hoop heisa. Als je bijvoorbeeld een optreden hebt in een café, moet zo’n caféhouder er een hele loonadministratie op nahouden.”

Kleine kostenvergoedingsregeling

Een uitkomst kan de kleinekostenvergoedingsregeling voor artiesten zijn. Een artiest mag per optreden maximaal € 163,- euro uitbetaald krijgen, zonder dat hier premies en loonbelasting op ingehouden hoeven te worden. Dit bedrag geldt per persoon. Als je dus in een band zit met vier leden, kan de opdrachtgever vier keer € 163,- euro uitbetalen, zonder al te veel rompslomp. Hoewel dit bedrag loonbelastingvrij is, moet je het wel opgeven voor de inkomstenbelasting.

Denk niet te lichtzinnig over de manier van uitbetaling. “Het komt echt voor dat belastingcontroleurs anoniem een biertje komen drinken bij een concert, en na afloop vragen stellen over de uitbetaling.”

VAR

Ed raadt zelfstandigen in de muziekwereld aan om een VAR (Verklaring Arbeids Relatie) bij de belastingdienst aan te vragen. Dit is de makkelijkste manier om uitbetaald te krijgen, zowel voor de artiest als voor de opdrachtgever. “Je stuur gewoon een factuur op.”

Hij hamert op het belang van de goede VAR, namelijk de VAR-WUO (Winst uit Onderneming). Hiervoor moet je de vragen op het formulier zorgvuldig invullen. Schat je verwachte inkomen bijvoorbeeld niet al te laag in, net zomin als het aantal uur dat je verwacht te werken voor je onderneming.

Een van de deelnemers aan de cursus heeft haar eigen boekingskantoor. Ze vertelt dat ze in het eerste jaar wel een VAR-WUO heeft gekregen, maar in het volgende jaar niet. Waarschijnlijk heeft dit te maken met het invullen van te weinig uren. Vul altijd in dat je verwacht meer dan 700 uur in je onderneming te steken. In de praktijk zal dit ook zo zijn: werkuren zijn niet alleen de uren dat je daadwerkelijk op het podium of achter de schermen geld aan het verdienen bent. Ook de uren dat je bezig bent met oefenen, administratie, voorbereidingen en netwerken zijn werkuren.

Een ‘verkeerde VAR’, zoals Ed het onomwonden stelt, is een VAR-ROW (Resultaat uit Overige Werkzaamheden). “Opdrachtgevers zijn hier huiverig voor, omdat de opdracht dan tóch aangemerkt kan worden als een dienstverband.”

Een VAR geldt alleen voor de persoon die deze heeft aangevraagd. Het volstaat dus niet als slechts één bandlid een VAR heeft.

Van 6% naar 19%

De wereld van kunst en cultuur is flink opgeschrikt door de verhoging van 6% naar 19% BTW. Natuurlijk wordt hier tijdens de cursus ook aandacht aan besteed. Per 1 juli 2011 gaat de verhoging in. Het is niet mogelijk om kaartjes van te voren te verkopen, legt Hans uit. Voor een concert dat plaatsvindt na 1 juli, geldt automatisch het tarief van 19%, ook al verkoop je het kaartje eerder.

De tariefsverhoging geldt niet alleen voor de kaartverkoop: ook artiesten moeten vanaf die datum 19% rekenen voor hun werk, in plaats van 6%. “Dit maakt eigenlijk geen verschil, want de opdrachtgever krijgt het BTW-bedrag toch weer terug.”

Toch zijn er cursisten die bang zijn dat ze minder geld kunnen rekenen voor hun optredens: “Ik merk wel vaker dat zalen kijken naar het bedrag onder de streep. Op basis daarvan bepalen ze of je te duur bent of niet.”

Fiscale regelingen

Als je eenmaal hebt besloten om als artiest te gaan voor het zelfstandig ondernemerschap en een VAR hebt aangevraagd, kun je gebruik maken van een aantal gunstige regelingen. Je moet dan wel minstens 1225 uur en vijftig procent van je werktijd aan je onderneming besteden. Elke zelfstandige heeft recht op zelfstandigenaftrek. Naarmate je inkomen stijgt, wordt de aftrek minder, maar het gaat toch om flinke bedragen. Jaarlijks worden hier correcties op uitgevoerd, maar om een voorbeeld te geven: als je in 2010 rond de €14.000.- had verdiend, heb je recht op ruim € 9000,- zelfstandigenaftrek.

Beginnende ondernemers hebben bovendien recht op startersaftrek. Hier heb je tijdens de eerste vijf jaar van je onderneming drie keer recht op. Dit bedrag ligt rond de € 2000,- euro.

Deze bedragen drukken de inkomstenbelasting die je uiteindelijk moet betalen behoorlijk.

Aftrekposten

Heel wat kosten die je voor je bedrijf maakt, kun je opvoeren als aftrekposten. Over de aanschaf van een laptop bijvoorbeeld doet de belastingdienst niet moeilijk: dit kun je zonder meer als zakelijke kosten opvoeren. Hans neemt enkele posten door die lastig zijn in te schatten.

Werkkleding is niet zonder meer een aftrekpost. “Als je het privé niet draagt, kun je het als werkkleding opvoeren. Een net pak kun je niet opvoeren voor de belasting, zelfs niet als je zelf weet dat je het privé nooit zult dragen. Maar echte showkleding is dan weer wel aftrekbaar.”

Over horecabezoek doet de belastingdienst makkelijker: “Als je na een concert onder een paar biertjes gaat netwerken, kun je rustig het bonnetje inleveren.”

Een aantal cursisten vraagt zich af in hoeverre ze telefoonkosten kunnen opvoeren. Hoeveel bel je zakelijk en hoeveel privé? Voor deze en andere vragen heeft Ed een praktische tip: “Stel je bij het opvoeren van kosten voor dat je zelf belastingcontroleur bent. Wat vind je dan redelijk?”

Grote investeringen, zoals een computer of een bureau, kun je over vijf jaar afschrijven. Dit geldt ook voor instrumenten. “Maar let daarbij wel op dat het niet een instrument is dat in de loop der tijd juist méér waard wordt, zoals een viool. Als je die als aftrekpost opvoert, kun je in grote problemen komen.”

Renate Sun-Louw

Naar boven

Bookmark and Share