Activiteiten
Muziekcafés
Kan het wat zachter? (verslag)
Er zijn steeds meer jongeren met gehoorschade, blijkt uit diverse onderzoeken. Als boosdoeners worden concerten, dance-events en mp3-spelers aangewezen. Moet het geluidsvolume omlaag? En wat betekent dat dan voor de beleving van muziek?
Op 25 november organiseerde MCN een drukbezochte discussiemiddag, waaruit bleek dat geluidsvolume voor iedereen die ermee te maken heeft een brandende kwestie is. Technici en organisatoren moeten dagelijks afwegingen maken over het aantal decibellen dat door de zaal knalt. Het is soms een gevecht om binnen het wettelijke maximum van 105 dB(A) te blijven, bijvoorbeeld als buitenlandse acts roepen dat dit geen ‘werkbaar’ criterium is.
Oorsuizen
Als inleiding op de discussie laat Jan de Laat, audioloog van het Leids Universitair Medisch Centrum, zien wat geluid doet met het oor. Met filmpjes en foto’s toont hij hoeveel schade een concertbezoek kan opleveren. De beelden spreken boekdelen: wuivende haarcellen in het oor worden met decibellen neergemaaid tot er een gehavend moeras overblijft. En dat al binnen betrekkelijk korte tijd. “De haarcellen die kapot zijn, kunnen niet meer herstellen”, waarschuwt hij. “Dood is dood.”
Naast doofheid kan de blootstelling aan overmatig geluid ook andere vormen van gehoorschade veroorzaken. Musici lijden volgens De Laat vaak aan tinnitus oftewel oorsuizen. Dat ook regelmatige stappers met dit probleem kunnen kampen, blijkt als een ervaringsdeskundige uit de zaal zijn verhaal doet. Frank heeft nu al tien jaar last van tinnitus en de laatste jaren ook van overgevoeligheid voor geluid. “Met de constante toon in mijn oren heb ik leren leven, erger is dat ik altijd bang ben voor geluid. Als ik uit eten ga, kijk ik direct waar de box hangt. Het heeft een enorme impact op je sociale leven.”
Dat de blootstelling aan harde muziek schade kan opleveren, is bij iedereen die in de sector werkt wel bekend. Maar wie daar verantwoordelijkheid voor draagt, is niet zo kristalhelder. Advocate Marieke Coumans laat weten dat er in Nederland nog geen rechterlijke uitspraak is geweest over gehoorschade. Voor werknemers ligt er wel het een en ander vast, maar voor bezoekers zijn er geen specifieke regels. “Er kan altijd gewezen worden op de eigen verantwoordelijkheid van de bezoeker. Je kunt tenslotte zelf oordopjes indoen.”
Decibellen
Misschien komt het door de indringende voorbeelden tijdens de introductie, maar tijdens de discussie is er niemand die roept dat het geluid in de zalen best nog wat harder kan. Sterker nog: iedereen is het er wel over eens dat er een grens zit aan wat nog dragelijk is. Of zoals elektro-artieste Krause het vanuit het publiek verwoordt: “Een punch in the stomach hoort er wel bij, maar het moet geen pijn doen.”
Berend Schans, directeur van de Vereniging Nederlandse Poppodia en Festivals (VNPF): “Wij willen graag onze verantwoordelijkheid nemen, we zien het probleem. Daarom plaatsen we bijvoorbeeld duidelijk zichtbare decibelmeters. Maar we zien ook dat mensen ervoor komen om dat geluid te ondergaan. Elektro hoort stevig gedraaid te worden, een act als Slayer ook. Als je dat niet doet, gaat het publiek klagen.”
Desondanks wordt er nu algemeen over gesproken om het maximum van 105 dB(A) terug te brengen naar 103 dB(A). “Een organisatie als Live Nation werkt daar nu al mee.”
Akoestisch adviseur Peter van der Geer controleert het geluidsniveau bij grote evenementen. Hij ziet zowel positieve ontwikkelingen als hardnekkige problemen. “Bij dancefeesten worden nu systemen gebruikt, die ervoor zorgen dat je van voor tot achter in de zaal hetzelfde geluid hoort. Dat scheelt al een stuk. Maar er zit ook een commerciële kant aan het verhaal. Als het publiek om een uur of drie ’s nachts weg begint te lopen, komt er acht van de tien keer een promotor naar je toe om te zeggen dat het harder moet.”
Ook Kors Eijkelboom merkt als productiemedewerker van Paradiso regelmatig dat niet iedereen op één lijn zit: “Bands werken meestal met meereizende technici, en die zijn niet altijd even dienstbaar. Onze huistechnici moeten soms hogere psychologie bedrijven om tot overeenstemming te komen. We zouden misschien eerder op de rem moeten trappen, maar als zaal zit je ook in een concurrentiepositie. Als je te veel eisen stelt aan een band, dan stappen ze naar een ander.”
Een aantal technici in het publiek herkennen de eis van bands om harder te spelen dan prettig is. Maar een klezmermuzikant heeft ook wel eens het tegenovergestelde meegemaakt: “Technici zetten bij de soundcheck het geluid al hard, te hard voor ons soort muziek.”
Bewustzijn
Over het probleem zelf heerst tijdens de discussie algemene overeenstemming. Niemand wil de veroorzaker zijn van gehoorschade. Dagelijkse dilemma’s lijken het grote doel echter in de weg te staan. Er wordt gesproken over het standaard gratis weggeven van oordopjes, hoewel dat hier en daar ook als betutteling wordt bestempeld. Ook voorlichting aan het publiek wordt als een oplossing gezien.
Veel heil zien de aanwezigen in een convenant met duidelijke regels. Op dit moment zijn verschillende partijen aan het werk om richtlijnen op papier te zetten. Voorwaarde is wel dat het convenant door organisatoren breed gedragen wordt, zodat elke zaal dezelfde regels hanteert.
Van der Geer: “Regels werken alleen als je ook controle invoert. Voor een technicus is het prettig om te kunnen zeggen dat hij wordt gecontroleerd, dat het niet zijn verantwoordelijkheid is.”
“Ik ben niet zo pessimistisch”, besluit Eijkelboom. “Zowel bij ons als bij andere zalen merk je dat er al veel meer bewustzijn is dan tien jaar geleden.”

