Hedendaags
Componist op de voorgrond
Ton de Leeuw In Het Kort
WERKEN IN DE WEBSHOP
Videoverslag presentatie
LICHT OP DE LEEUW
Website: Ton de Leeuw
Michel van der Aa
Richard Ayres
Cornelis de Bondt
Ton Bruynèl
David Dramm
Anthony Fiumara
Joep Franssens
Rozalie Hirs
Simeon ten Holt
Willem Jeths
Hanna Kulenty
Yannis Kyriakides
Ton de Leeuw
Reza Namavar
Mayke Nas
Martijn Padding
Jan van de Putte
Robin de Raaff
Richard Rijnvos
Wouter Snoei
Klas Torstensson
Jacob ter Veldhuis
Theo Verbey
Giel Vleggaar
Peter-Jan Wagemans
Kristoffer Zegers
Ton de Leeuw (1926-1996)
‘Op jonge leeftijd ving ik bij toeval een ver Arabisch station op met mijn radio. Ik reageerde als op een donderslag: scherp drong het tot mijn bewustzijn door dat er op de wereld andere mensen zijn, die in totaal andere termen leven, denken en voelen. Hoe zich dat in muziek vertaalt en het waarom daarvan heeft sindsdien mijn niet-aflatende belangstelling gehad.’
Deze veelgeciteerde uitspraak van Ton de Leeuw raakt aan de kern van een van de eigenzinnigste en internationaal meest gewaardeerde oeuvres van de Nederlandse twintigste-eeuwse muziek. In 2010 brengt Muziek Centrum Nederland de complete piano solowerken van De Leeuw uit in twee bundels bladmuziek, vergezeld van door pianist René Eckhardt ingespeelde cd's. Sommige composities van De Leeuw worden hiermee voor het eerst uitgegeven, andere verschijnen opnieuw in een moderne, kritische uitgave.
De Leeuw studeerde compositie bij Louis Toebosch en Henk Badings en volgde in 1949-1950 in Parijs de beroemde analysecursus van Messiaen. Daar kwam hij in aanraking met het werk van Webern en het serialisme, waarvan de invloed nadrukkelijk aanwezig is in zijn composities uit die jaren. Vanuit zijn grote interesse in niet-westerse muziek studeerde hij daarna nog vier jaar etnomusicologie bij gamelanspecialist Jaap Kunst in Amsterdam; die periode van intensieve omgang met muziek uit onbekende werelden completeerde het spectrum van zijn interessegebieden, van waaruit hij geleidelijk zijn geheel eigen weg baande in het Nederlandse en internationale muzieklandschap.
In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, bezocht De Leeuw slechts eenmaal in zijn leven India, het land waarvan de muziek en cultuur hem sterk hebben beïnvloed. Dat was in 1961, toen hij in opdracht van en gefinancierd door de Nederlandse regering een studiereis maakte om de klassieke muziektraditie ter plaatse te bestuderen, en om onderzoek te verrichten naar mogelijke samenspraak tussen Indiase en westerse muziek. Later maakte hij nog enkele studiereizen naar Aziatische landen als Indonesië en Japan. Het directe contact met oosterse muziekculturen versterkte de eraan ontleende elementen in De Leeuws esthetica, zoals een cyclisch vormprincipe, het grotendeels ontbreken van hevige contrastwerking, het streven tegenstellingen op te heffen vanuit een besef van fundamentele eenheid, en het prevaleren van een evenwichtig ‘zijn’ van de muziek over individuele expressieve stemmen.
In zijn belangrijke autobiografische essay Terug naar de Bron voert De Leeuw zijn interesse in niet-westerse culturen terug op onder andere zijn neiging tot introspectie en een hang naar spiritualiteit. De invloed van de oosterse filosofie liet zich bij De Leeuw dan ook niet alleen in zijn muziek, maar in zijn hele levenshouding voelen. Zijn interesse in oosterse muziek resulteerde nooit in oppervlakkige imitaties, maar vond op diepdoordachte wijze haar weg naar het hart van zijn compositieproces, waarnaar hij zelf verwees als ‘verwijde modaliteit’. Daarbij valt op dat de kernelementen van De Leeuws procédé, zoals de organische groei van muzikaal materiaal en het modale uitgangspunt, ook al in zijn vroegste werken kunnen worden aangewezen – een opmerkelijke consistentie in een halve eeuw waarin de contemporaine muziek juist gekenmerkt werd door hevige muzikale turbulentie.
Karakteristieke uitspraken:
- ‘Na een week nadenken over een credo moest ik opnieuw vaststellen dat ik er geen heb. Credo's vooronderstellen vaste overtuigingen; overtuigingen dreigen de creatieve geest te fixeren, trekken muren op, leiden tot monologen. Vul de vrijgekomen ruimte maar op met leegte.’
- ‘Musiceren is voor werkelijk muzikalen een volledig autonome bezigheid, die tot een bevrediging en vreugde kan leiden, die met geen enkele omschrijfbare emotie vergelijkbaar is.’
- ‘Er zijn in het leven een paar fundamentele waarden die Aziaten hebben ontdekt, die mij zeer aanspreken. Het voortdurend zoeken naar een evenwicht bijvoorbeeld. In het Westen is men veel expansiever ingesteld, meer gericht op het brengen van spanningen. Dat is iets wat mij helemaal niet bezighoudt.’

