Muziek Centrum Nederland

Nieuws

Logo HF

Logo HF

Martijn Padding, Foto Gerrit Schreurs

Martijn Padding, Foto Gerrit Schreurs

Calliope Tsoupaki, Foto Aernout Mik

Calliope Tsoupaki, Foto Aernout Mik

Nederlandse componisten op het Holland Festival 2010

10 mei 2010

Anders dan vorig jaar, toen de zeventigste verjaardag van Louis Andriessen een onontkoombare centripetale kracht vormde, is het aandeel van Nederlandse componisten in het Holland Festival in 2010 relatief klein.

Maar daarom niet minder aanwezig: een van de gezichtsbepalende programma's, de integrale uitvoering van Beethovens symfonieën door Jos van Immerseel en Anima Eterna, gaat van start met een heel bijzonder nieuw werk van Martijn Padding. Padding (1956), die in vrijwel al zijn werk een scherpzinnige dialoog aangaat met het muzikale verleden, heeft een ouverture geschreven met als uitgangspunt de partituur en bezetting van Beethovens Prometheus-ouverture.

Drie van de zes ‘Nederlandse’ componisten die een plaats kregen in het programma zijn overigens niet van Nederlandse komaf, maar bouwen wel hier aan hun carrière. De Griekse componiste Calliope Tsoupaki (1963), bijvoorbeeld, woont en werkt al meer dan twee decennia in Nederland. Twee jaar geleden maakte ze op het Holland Festival furore met haar Lucas Passie, en tijdens de editie van 2010 beleven haar Greek Love Songs hun première. Tsoupaki schreef deze liederen oorspronkelijk voor de Griekse zangeres Nena Venetsanou, maar herwerkte ze voor de bezetting van het Egidius Kwartet en de Rotterdam Philharmonic Brass Soloists. Deze musici zullen tevens enkele nieuwe composities van haar uitvoeren die zijn gebaseerd op liefdesgedichten van Kaváfis, waarbij de poëzie wordt voorgedragen door dichter des vaderlands Ramsey Nasr.

In het bijzondere, door architecte Zaha Hadid ontworpen 'Bach-paviljoen' in de Gashouder van de Westergasfabriek speelt Slagwerk Den Haag een programma waarin de nadruk ligt op ruimtelijk onderzoek, met werk van onder anderen Alvin Lucier, James Tenney en Gérard Grisey. Daarnaast zijn er drie compositieopdrachten uitgegaan: naar de jonge Spaanse, in Nederland woonachtige componist Abel Paúl (1984); naar de Engels-Nederlandse componist en trombonist Richard Ayres (1965); en naar Rozalie Hirs (1965), die een werk schreef voor metalen instrumenten, zoals vibrafoon en glockenspiel, en elektronica. Binnen een geluidsspectrum van zes rondom het paviljoen opgestelde luidsprekers, dat men ‘hyperstereo’ of ‘hexafoon’ zou kunnen noemen, experimenteert ze met het fenomeen ‘bineural beats’: minieme verschillen in de signalen die de luisteraar via zijn linker- en rechteroor bereiken, zorgen ervoor dat de hersenen op eigen kracht een aanvullend signaal berekenen. "Het is de bedoeling dat er een pulserende zee van golven ontstaat, en een meditatieve tijdsbeleving," aldus de componiste. Hirs baseerde zich bij het componeren op het geprogrammeerde Tempus ex Machina van Grisey en op Pléïades van Xenakis.

Naast al deze nieuwe werken biedt het festival met Sinfonia (1972-1974) van de veel te jong overleden Tristan Keuris (1946-1996) tevens een van de meest succesvolle Nederlandse orkeststukken van de afgelopen decennia. Sinfonia, waarvoor Keuris in 1975 de Matthijs Vermeulen-prijs ontving, is opgenomen in een programma van dirigent David Robertson en het Koninklijk Concertgebouworkest rond de Nederlandse première van George Benjamins Duet, met verder werk van Ravel, Messiaen en Stravinsky.

Joep Stapel

Holland Festival, Martijn padding, Rozalie Hirs, Calliope Tsoupaki, Slagwerkgroep Den Haag, Richard Ayres, Abel Paúl, Tristan Keuris