Hedendaags
Archief
Op de voorgrond: Oost-West
Tegenstelling Oost-West vervaagt in mondiale muziekcultuur
Door Bas van Putten | 10 augustus 2010 | 12:15
Amsterdam Sinfonietta speelt Mozart, Haydn, Beethoven en Mahler in Beijing en Shanghai. Bijzonder is dat het niets bijzonders is – sinds kort. En even snel als de ‘westerse muziek’ in China inburgerde, rukte het land als componistennatie op – mede dankzij Nederland. De tegenstelling Oost-West begint in de mondiale muziekcultuur nu echt te vervagen.
Wanneer in 1978 het conservatorium van Peking heropent, staan duizenden muziekstudenten in de rij. Voor de kleine groep die wordt toegelaten, door Mao’s schrikbewind beroofd van elk contact met de westerse muziekcultuur, breekt een nieuwe tijd aan. Mozart, Beethoven en nieuwe muziek bevruchten een verbeeldingskracht die de Culturele Revolutie niet kapot heeft kunnen krijgen. Tien jaar later strijkt Joël Bons, artistiek leider van het Nieuw Ensemble, op zoek naar nieuw repertoire in China neer. In 1991 en 1992 presenteert het Nieuw Ensemble onder leiding van Ed Spanjaard twee memorabele concerten met de oogst.
Als aliens landen Tan Dun, Qu Xiaosong, Chen Quigang, Mo Wuping, Guo Wenjing, Xu Shuya en He Xuntian op Nederlandse bodem. Ze maken indruk. Niet omdat ze zo modern zijn – een deel van hen is uitgesproken ambivalent over de westerse avant-garde – maar omdat ze zich zo volstrekt persoonlijk uitdrukken. Opvallender dan de idiomatische verbindingen met westerse hedendaagse of traditionele Chinese muziek – pentatoniek, glissandi, exotisch getokkel – is een muzikale gestiek die alle componisten ondanks de stilistische verschillen bindt. Hun muziek is van een schaamteloze, spontane directheid: hun stiltes zijn stiller, hun uitbarstingen wilder, aan constructivistisch raffinement hebben ze maling. Webern is bloemrijk vergeleken met de op de rand van stilte verkerende noten van Qu Xiao-Song.
Bekijk video Qu Xiao-Song: JI #1
Tan Duns Circle with three trios, conductor and audience is daarentegen haast community art. De dirigent richt zich tot een publiek dat moet tjilpen, praten en schreeuwen. Tot zijn stomme verbazing constateert dirigent Ed Spanjaard dat de aanpak werkt. De Kleine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw staat op zijn kop. Wat men hoort: totale onbevangenheid.
Een deel van de premières houdt repertoire, nieuwe vuurdopen volgen: opera’s van Guo Wenjing, Xu Xiaosong en Xu Shuya debuteren in Amsterdam. In 1997, 2008 en 2010 speelt het Nieuw Ensemble in China. Een unieke interculturele kruisbestuiving krijgt smoel: ‘China’ wordt een Nederlands exportproduct van gewicht, en een deel van de eerste generatie Chinese toonzetters maakt snel naam.
Marco Polo maakt duidelijk waar het heen gaat
Tan Dun wordt wereldberoemd. Hij schrijft in 1997 de officiële muziek voor de overdracht van Hong Kong aan China, de filmmuziek voor onder meer Crouching Tiger, Hidden Dragon, in 2008 de muziek voor de Olympische Spelen in Beijing. Het cv van een pleaser. In 1996 maakt zijn opera Marco Polo duidelijk waar het heen gaat: een wonderlijke melange van Peking-opera en Chinese volksmuziek, Tibetaanse boventoonzang, Puccini, Stravinsky, Strauss en Mahlers Lied von der Erde. Kitsch? Vast. Maar ook de wereldmuziek van een verlate wereldburger voor wie nog alles vers is en die pakt wat hij pakken kan, omdat hij hoort zoals wij niet meer kunnen horen. Lees hoe Tan als negentienjarige zijn eerste confrontatie met Beethovens Vijfde symfonie beleefde: “Ik hoorde allereerst: toonhoogten, de stemming. Pampampampam. Ik merkte dat het orkest één toon perfect kon vasthouden, wat geen enkel oosters ensemble ooit zou lukken. Ik hoorde een tempo, de dynamische contrasten en de ontwikkeling van motieven. Heel vreemd. En ik realiseerde me dit: vanaf het moment dat een westerse componist zijn eerste noot heeft opgeschreven, is hij de slaaf van zijn werk en componeert de muziek de componist, niet omgekeerd.”
Lees goed wat hier staat. Hier spreekt iemand voor wie Beethoven geen heilige is, maar nieuwe muziek die at face value wordt gewogen. Wereldmuziek. De Mozart en Beethoven van Amsterdam Sinfonietta zijn voor de generatie van de Culturele Revolutie bijna net zo pril als de Chinezen voor ons. In de global village van de 21ste eeuw staan we quitte. Misschien voor het eerst in de geschiedenis is Beethoven in China geen verkapt cultuurimperialisme, en Chinese muziek in Nederland geen toeristische folklore. Noem het winst.
Meer luisteren?
Guo Wenjing - Parade (Xuan) deel 1 en deel 2
Oberlin Percussion Group:
Guo Wenjing - Riding on the wind 1 en 2
Symphonieorchester der Wiener Volksoper olv Peng Jiapeng
Guo Wenjing - Journeys: Journey II
Hong Kong Philharmonic Orchestra olv Edo de Waart, sopraan JiaLin-Marie Zhang
Sopraan en orkest: Chinees nog; het gescandeerde van de motieven
Xu Shuya - fragment uit opera Snow in August:
Tan Dun - Water Concerto:
Tan Dun - Paper Concerto:
Meer weten?
www.nieuwensemble.nl
www.sinfonietta.nl
www.tandunonline.com
www.chenqigang.com
www.ricordi.it/composers/g/guo-wenjing/guo-wenjing/view?set_language=en
http://en.expo2010.cn/
Muziek Informatie Centrum
Bladmuziek, audio, video zien & beluisteren op afspraak in het MIC, Amsterdam.
Bas van Putten (1965) is schrijver en musicoloog. Hij schrijft over muziek voor De Groene Amsterdammer en werkt aan een biografie van Peter Schat.
Op de voorgrond
Actuele muzikale gebeurtenissen in en uit Nederland, uitgelicht door prominente muziekjournalisten.

