Hedendaags
Archief
Op de voorgrond: Orgel
Gods eigen accordeon
Internationaal Orgelfestival Haarlem brandpunt van Nederlandse orgelcultuur
Door Bas van Putten | 12 juli 2010 | 13:05
Ondanks de populariteit van Bach en Messiaen, ondanks een rijke Nederlandse literatuur van Jan Pieterszoon Sweelinck tot Peter-Jan Wagemans, beweegt de orgelmuziek zich in de marge van het muziekbestel. Het Internationaal Orgelfestival Haarlem maakt zich met nieuwe en recente Nederlandse stukken sterk voor behoud en revitalisering van een traditie.
De paradox: zo sterk als het orgel sinds Sweelinck is verankerd in de nationale muziekcultuur, zo marginaal is op het eerste gezicht de rol van het instrument in de Nederlandse muziek van de twintigste eeuw. Het muziekestablishment bejegende het met een zekere vooringenomenheid. Met vriendelijk dedain (‘een goedgristelijk stuk’) blikte Peter Schat terug op zijn enige orgelwerk, de Passacaglia en Fuga Op. 1. Tristan Keuris verslikte zich toen het Concertgebouw hem benaderde voor een orgelconcert. Hij, componeren voor ‘Gods eigen accordeon’? Gelukkig bedacht hij zich, en hoe: zijn Orgelconcert (1992-1993) werd een meesterwerk.
Voor de beeldbepalende componisten van de twintigste eeuw is het orgel geen halszaak, zo blijkt uit hun werkoverzichten. Louis Andriessen, zoon van een organist, prefereert draai- en hammondorgels boven het instrument van zijn vader. Otto Ketting liet het bij een Concerto per organo (1953). Ton de Leeuw beperkte zich tot een Introduzione e Passacaglia (1949), een Ricercare (1952) en de Sweelinck-variaties (1972/1973). Matthijs Vermeulen en Willem Pijper, Jan van Vlijmen en Theo Loevendie negeerden het instrument. Hans Kox (1930) bleef wel voor orgel schrijven, het meest recent in Sonata da Chiesa (2003) voor viool en orgel. Net als zijn leermeester Henk Badings (1907-1987), die twee orgelconcerten en een reeks orgelwerken bijdroeg, componeerde hij daarnaast voor 31-toonsorgel.
Voor ‘reguliere’ componisten is het orgel dikwijls vreemd terrein
Maar Kox was dan ook organist. Dat schijnt een voorwaarde te zijn om voor orgel te kunnen en willen schrijven, wat niet onlogisch is. Voor ‘reguliere’ componisten is het orgel dikwijls vreemd terrein, en meer dan welk instrument ook is de ‘koning der instrumenten’ gebonden aan zijn biotoop van kerk en liturgie. De belangrijkste Nederlandse orgelmuziek werd geschreven door componisten met een gedegen kennis van het instrument en de haast onvermijdelijke confessionele achtergrond. Helaas wil het lot dat ook hun wereldlijke orgelwerken veelal zijn veroordeeld tot het geloofsdomein; het handvol concertorgels in de grote concertzalen wordt niet zeer intensief bespeeld. Zo blijven de organist en zijn werk vaak gevangen binnen de grenzen van hun territorium.
Dat geldt voor Jan Pietersz. Sweelinck (1561-1621), tot zijn dood stadsorganist van de Oude Kerk in Amsterdam, zo goed als voor zijn twintigste-eeuwse nazaten. De kamermuziek en de orkestwerken van Hendrik Andriessen (1892-1981), vader van Louis, zijn waarschijnlijk bekender dan zijn buitengewone orgelwerken, waaronder Thema en Variaties en de virtuoze Toccata van 1917.
Hendrik Andriessen – Thema en Variaties:
Hendrik Andriessen – Toccata:
Marius Monnikendam (1896-1977), opgegroeid bij de paters montfortanen in Schinnen en als organist opgeleid door J.C. de Pauw, wordt hooguit herinnerd als de componist van de ‘symfonische beweging’ Arbeid (1931); zijn koor- en orgelwerken, waaronder een Orgelconcert (1938) zijn vergeten. De solocarrières van grote Nederlandse organisten als Louis Toebosch (1916-2009), Albert de Klerk (1917-1998) en Piet Kee (1927) overschaduwden hun composities.
Internationaal Orgelfestival 2010
In Haarlem is van 16 t/m 31 juli alles anders. Het Internationaal Orgelfestival 2010 maakt ruim baan voor oude en nieuwe Nederlandse orgelmuziek van Sweelinck tot Wagemans. Andriessens Toccata wordt er op 17 juli uitgevoerd door Ton van Eck. Van Piet Kee klinken Bios for organ (1997) en Voluntary on HSAE (2009). Op 19 juli speelt Jan Hage op het orgel van de Haarlemse Philharmonie Cavaler-Col (2008) van Peter-Jan Wagemans. Er zijn premières van Daan Manneke en Renske Vrolijk. Hans Kox is vertegenwoordigd met The Darkling Thrust (2001) en zijn vroege Preludium en Fuga (1954). En tenslotte klinken, hoopvol voorschot op de toekomst, op 23 juli nieuwe composities voor orgel van compositiestudenten uit Den Haag en Berlijn.
Piet Kee – Confrontatie voor kerkorgel en 3 draaiorgels (1980) deel 1 van 3:
Pneoo – Daan Manneke, uitvoering juli 2009:
Meer weten?
www.organfestival.nl | www.daanmanneke.nl | www.hanskox.nl | www.peter-janwagemans.com
Deelcatalogus Orgel: download (pdf 9,9 MB)
Muziek Informatie Centrum
Bladmuziek, audio, video zien & beluisteren op afspraak in het MIC, Amsterdam.
Bas van Putten (1965) is schrijver en musicoloog. Hij schrijft over muziek voor De Groene Amsterdammer en werkt aan een biografie van Peter Schat.
Op de voorgrond
Actuele muzikale gebeurtenissen in en uit Nederland, uitgelicht door prominente muziekjournalisten.

