Muziek Centrum Nederland

Op de voorgrond

De Berg bedwongen

Hoe Otto Ketting Berg deBergiseerde


Door Bas van Putten | 13 december 2010 | 7:15

Otto_Ketting_foto_Teo-Krijgsman

Vierentwintig was Otto Ketting (1935) toen hij in 1959 zijn Eerste symfonie voltooide. Het zelfvertrouwen spat van de noten, en even duidelijk is wie hem inspireerde: Alban Berg. Maar Berg volgens Ketting; voorbeeld en afzetpunt.

Eén deel maar, nog geen twintig minuten. Hoor dat begin, verleidelijk geïnstrumenteerd, langzaam en zacht zoals het stuk ook zal eindigen. Vaag slagwerkgerommel; diep reutelend koper; fonkelende dwaaltonen van harp en celesta; verstrooide houtsoli, onthecht zingende strijkers, gesordineerde trompetten.
Hoor, verderop, de quasi-parodistische toon van het koper, de expressionistische gestiek van de climaxen – Berg! Zoals bij de première van Alban Bergs complete Drei Orchesterstücke Op. 6 de vergelijkingen met Mahler niet van de lucht waren, kon het Bergiaanse van Kettings Eerste symfonie niemand ontgaan. 

Flash is required!
O. Ketting: Symfonie nr. 1 - beginfragment; Concertgebouworkest olv Hans Rosbaud (opn. 1980)
Flash is required!
O. Ketting: Symfonie nr. 1 - fragment middengedeelte; Concertgebouworkest olv Hans Rosbaud (opn. 1980)
Flash is required!
O. Kettting: Symfonie nr. 1 - slotfragment; Concertgebouworkest olv Hans Rosbaud (opn. 1980)

Vooropgesteld althans dat de luisteraar van rond 1960 vertrouwd was met de muziek van de Tweede Weense school – en zulke luisteraars waren er in Nederland toen niet zo veel. Daarom was Kettings Eerste ook een mijlpaal in zijn genre. Terwijl in de internationale avant-garde dodecafonie en serialisme snel oprukten, werden de atonale werken van Arnold Schönberg, Anton Webern, Alban Berg en hun erfgenamen in het conservatieve vaderlandse muziekleven met diep wantrouwen bezien. De uitvoering van Schönbergs Vioolconcert leidde in het Amsterdam van 1956 tot een rel. Omstreden was hij hier net als overal al veel eerder. In de jaren dertig kwalificeerde de toen alomtegenwoordige Willem Pijper Schönberg als een ‘in wezen’ destructieve kracht. Daarmee verwoordde hij een opvatting die zijn vele leerlingen – waarvan een deel het muziekleven van de jaren vijftig zou domineren – niet zou stimuleren de dodecafonie te omarmen. Men was gematigd modern, op zijn gunstigst. Dat Pijper in Webern wel een meester zag, had voor het componeren in Nederland geen repercussies.

Twaalftoonstechniek als historische noodzaak
Of misschien toch: de Pijper-pupil Kees van Baaren werd door zijn leermeester wel degelijk aangemoedigd zijn dodecafonische verkenningen te vervolgen. En uitgerekend Van Baaren zou als compositieleraar aan de conservatoria van Utrecht en Den Haag de twaalftoonstechniek tot kern van zijn curriculum maken. Hij werd de invloedrijke opleider van de groep in of rond 1935 geboren musici die als componisten, uitvoerende musici en activisten het muziekleven drastisch zou hervormen. Peter Schat, Louis Andriessen, Jan van Vlijmen, Reinbert de Leeuw en Misha Mengelberg – geen van allen ontkwamen ze aan de leer die Van Baaren als historische noodzaak zag. Eind jaren vijftig gingen Schat, Andriessen en Van Vlijmen met kracht voor de bijl, alleen de laatste trouwens voor het leven. Voor het eerst werd de Nederlandse muziek actueel. De Gaudeamus muziekweken van Walter Maas in en rond Bilthoven werden een trefpunt voor vrije radicalen.

Van Baaren bezat niet het twaalftoonsmonopolie. Ook Ton de Leeuw – leerling van Henk Badings en Olivier Messiaen – maakte in dezelfde periode een seriële fase door. Net als de eeuwige buitenstaander Otto Ketting die, adviezen van zijn vader Piet Ketting en Louis’ vader Hendrik Andriessen daargelaten, als componist bij niemand in de leer was geweest. Maar zijn ster rees snel in Gaudeamuskringen en daarbuiten.

Ketting had in Den Haag trompet gestudeerd en jarenlang in het Residentie Orkest gespeeld. Schönberg, Berg en Webern had hij op eigen kracht ontdekt. Daarvan getuigden zowel zijn vlammende Webern-pleidooi in het tijdschrift Mens en Melodie (1958) als zijn vroege werken. Toen Ketting in 1960 met een beurs naar München vertrok voor een studie bij Karl Amadeus Hartmann, waren zijn Komposition für zwölf Tönen voor piano (1956), zijn Weberniaanse Due Canzoni (1957), zijn Passacaglia voor orkest (1957) en zijn Eerste symfonie al geschreven. 

Otto Ketting – Due Canzoni. Hans Vonk conducting


Vreemd genoeg blijkt Kettings Eerste minder Berg-achtig dan hij leek. Ketting is minder fin-de-siècle, minder smachtend Mahleriaans, minder esoterisch. In zijn passie zingt bij alle gloed een ambachtelijke reserve mee die je doorseint dat er twee soorten navolging zijn, imitatie en bezwering. Imitatie is een herhaling van zetten die nooit meer oplevert dan plagiaat. Bezwering is verwerking: in de huid van de ander kruipen om jezelf te vinden. Dat is wat Ketting in zijn Eerste lijkt te doen – en niet voor het laatst, zoals hij demonstreert in het ‘Mahler-adagio’ van zijn Derde symfonie (1999), waar hij in de woorden van Maarten Brandt Mahler ‘ontmahlert’ zoals hij in de Eerste Berg ‘deBergiseert’. Hij ontgroeit Berg door hem naar zich toe te trekken, zoals de Berg van de Orchesterstücke zich van Mahler emancipeert door hem zo dicht mogelijk op de huid te zitten. Later zou Ketting vaststellen dat hij ‘in Berg was vastgelopen’, maar met evenveel recht zou je kunnen beweren dat hij hem in één klap van zich afschudde; de held was bedwongen. Toen dirigent Hans Rosbaud in februari 1961 bij het Concertgebouworkest Kettings Eerste met Bergs Opus 6 combineerde, was dat vast niet omdat hij vond dat beide stukken zo op elkaar leken. Niets zo persoonlijk als het gevecht met je demonen. ‘Elk stuk is een zelfportret’, zei Ketting later niet ten onrechte.

Meer luisteren?

NTR ZaterdagMatinee
zaterdag 15 januari 2011, 14:15 uur

Concertgebouw Amsterdam, Grote Zaal
Radio Filharmonisch Orkest, Carlo Rizzi dirigent, Alina Ibragimova viool

'Muziek uit oorlogstijd'
O. Ketting - Eerste symfonie
K.A. Hartmann - Concerto funebre
B. Bartók - Concert voor orkest

Om 13.40 uur in de Spiegelzaal: Hans Haffmans in gesprek met Otto Ketting

www.concertgebouw.nl

Meer weten?

Filmportret van Otto Ketting ter gelegenheid van het festival Ketting Driedaagse van Het Brabants Orkest in 2010. Maker Stijn van der Loo, Studio BHH, camera Deen van der Zaken

Muziekencyclopedie over Otto Ketting

Muziek Informatie Centrum
Bladmuziek, audio, video zien & beluisteren op afspraak in het MIC, Amsterdam

Bas van Putten (1965) is schrijver en musicoloog. Hij schrijft over muziek voor De Groene Amsterdammer en werkt aan een biografie van Peter Schat.

Naar boven

Op de voorgrond

Actuele muzikale gebeurtenissen in en uit Nederland, uitgelicht door prominente muziekjournalisten.

Bookmark and Share