Muziek Centrum Nederland

Projecten

VPRO/Boy Edgar Prijs

VPRO/Boy Edgar Prijs - een beknopte geschiedenis




Een beknopte geschiedenis

In 1963 wordt de Stichting Comité Wessel Ilcken Prijs in het leven geroepen. Dat jaar ontvangt Herman Schoonderwalt de eerste Wessel Ilcken Prijs. Boy Edgar is in 1964 de tweede winnaar van de prijs. De eerste tien jaar wordt de Wessel Ilcken Prijs jaarlijks toegekend aan een musicus als erkenning voor diens grote verdienste voor de jazz, onder meer aan Misha Mengelberg, Han Bennink en Willem Breuker.
   
In 1974 verandert de Wessel Ilcken Prijs van karakter en wordt voor de eerste keer als aanmoedigingsprijs uitgereikt aan het leerorkest De Boventoon. Wanneer Theo Loevendie in 1979 als laatste de Wessel Ilcken Prijs ontvangt, is het karakter van de prijs inmiddels weer aan het veranderen.

In 1980 vindt een naamswijziging plaats: de prijs heet voortaan de Boy Edgar Prijs en geldt opnieuw als oeuvre-prijs. Tot de winnaars van de Boy Edgar Prijs behoren onder anderen Guus Janssen, Ernst Reijseger en Michael Moore.

In 1992 wordt de naam opnieuw gewijzigd: de prijs staat nu bekend als de VPRO/Boy Edgar Prijs. De prijs wordt jaarlijks toegekend aan een musicus, die zich reeds lange tijd onderscheidt door opmerkelijke verdienste op creatief gebied ter verlevendiging van de Nederlandse jazz en geïmproviseerde muziek. Naast een geldbedrag van € 12.500 ontvangt de winnaar een plastiek van Jan Wolkers, welke de winnaar behoudt tot een volgende prijs wordt toegekend. Recente winnaars van de VPRO/Boy Edgar Prijs zijn Tobias Luc Houtkamp (2004), Benjamin Herman (2006), Bert van den Brink (2007), Pierre Courbois (2008) en Ernst Glerum (2009).

Naar boven


Wessel Ilcken (1924 - 1957)

Wessel Ilcken was slagwerker, onder meer in het orkest van Piet van Dijk tijdens de jaren 40. In 1945 huwde hij de zangeres van het orkest, Rita Reijs, met wie hij in 1950 een eigen formatie startte. Hij tourde veel in het buitenland, speelde onder anderen met Dizzy Gillespie en Stan Kenton, en maakte diverse plaatopnames, waaronder de Jazz Behind the Dikes serie.
Kijk voor meer informatie over Wessel Ilcken op de website van Het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis

Naar boven

Boy Edgar (1915 - 1980)

Als huisarts en hoofdredacteur van Excerpta Medica, een internationaal vakblad voor medici, stond hij bekend als G.W.F. Edgar. De jazzwereld kende hem echter onder de naam Boy Edgar. Vanaf 1932 was hij vrijwel onafgebroken actief in de Nederlandse jazzscene.

Met de Haagse semi-professionele band The Moochers kreeg Edgar in de tweede helft van de jaren dertig nationale bekendheid als trompettist, arrangeur/componist en orkestleider. Daarnaast speelde hij in die tijd, ook als pianist, onder meer met Kid Dynamite, Coleman Hawkins en Freddy Johnson. Met zijn progressieve, op Ellington geënte stukken liep hij voorop bij de ontwikkelingen in Nederland.

Na de bevrijding trad Edgar op voor de Amerikanen in België en speelde hij in enkele bands. Ook schreef hij bijzonder symfonische stukken voor het Metropole Orkest en arrangementen voor The Skymasters en andere orkesten. Begin jaren vijftig vond Edgar, geworteld in de swing, aansluiting bij de bebop. Zo was hij bijvoorbeeld pianist in het orkest van Wallace Bishop in de Sheherazade.

Het bekendst werd Edgar in de jaren zestig als leider van Boy's Big Band. Optredens voor radio en TV waren de bestaansbasis van dit zeer divers samengestelde orkest. Op het repertoire stonden, behalve veel stukken van Theo Loevendie, voornamelijk Ellingtoniaanse composities en bewerkingen van Edgar. Die waren meestal amateuristisch en onvolledig neergekrabbeld en werden zelfs tijdens het spelen nog gevormd op aanwijzing van de chaotische, maar bezielende bandleider. Met een enorme saxsectie en soms twee bassisten en drummers leek Edgar het orkest van Ellington te willen overtreffen.

Op uitnodiging van Edgar werd er veel opgetreden met Amerikaanse gastsolisten, waaronder Benny Bailey, Eric Dolphy, Slide Hampton, Abbey Lincoln, Oliver Nelson, Max Roach, Nina Simone en Ben Webster.

Begin jaren zeventig ging Edgar in het Shaffy Theater in Amsterdam met de workshops met Boy Edgar’s Sound een wat experimentelere kant op. Met een saxgroep van zo'n zeven man, een ritmesectie en zangeres Gerrie van der Klei werd op een ongedwongen manier en informeel gejamd. In de tweede helft van de jaren zeventig trad hij weer diverse keren op met een groot jazzorkest in een serie Ellington-concerten.

Een bijzondere eigenschap van Edgar was dat hij de kloof tussen de verschillende muzikantengroepen (radiomusici, beboppers, avant-gardisten) in de verzuilde jazzwereld wist te overbruggen, in zijn band en daarbuiten. De resulterende kruisbestuiving was van onschatbare waarde voor de ontwikkeling van de Nederlandse jazz.

Boy Edgar leverde verder een belangrijke bijdrage aan de erkenning van de jazz als een hoogwaardige kunstvorm en stond aan de basis van de overheidssubsidiëring van de jazz.

Na zijn dood werd de Wessel Ilcken Prijs, die Edgar zelf in 1964 had gewonnen, als eerbetoon omgedoopt tot de Boy Edgar Prijs.

Kijk voor meer informatie over Boy Edgar op de website van Het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis.

Naar boven