Klassiek
Componist op de voorgrond
Cornelis Dopper
Cornelis Dopper is wel de meest Hollandse van de Hollandse componisten genoemd. Zijn liefde voor de Nederlandse kunst en cultuur, de wijdte van het Hollandse landschap en de zee vinden we terug in de titels van zijn symfonieën: Rembrandt symfonie, Amsterdamse symfonie en Zuiderzee symfonie. Dopper schreef naast vier opera’s, zeven symfonieën en concerten ook liederen, koor- en kamermuziekwerken. Zijn bekendste werk is de Ciaconna gotica, die in alle grote concertzalen van Europa en de Verenigde Staten is uitgevoerd.
Hoewel Dopper voortdurend in aanraking kwam met de moderne stromingen van zijn tijd, volgde hij bewust zijn eigen, conventionele weg. Pijper typeerde hem als ‘een wandelaar, geen ontdekkingsreiziger’. Dat neemt niet weg dat hij als dirigent van het Concertgebouworkest talloze werken van tijdgenoten heeft geïntroduceerd, zoals La mer en Ibéria van Debussy, de Rapsodie espagnole en Ma mère l’Oye van Ravel, Nacht op de kale berg van Moessorgski, Catalonia van Albeniz en El amor brujo van De Falla. Ook bracht hij regelmatig nieuwe werken van Nederlandse componisten voor het voetlicht, waaronder Silhouetten van Leo Smit en de Tweede symfonie van Bernard Zweers.
Dopper was een geliefd leermeester. Vermaard om zijn veelzijdige theoretische en praktische kennis, meesterlijke instrumentatiekunst en bijzondere kwaliteiten als muziekpedagoog had hij vele leerlingen, waaronder Rudolf Mengelberg, Louis Arntzenius, Theo van der Bijl, Max Tak, Henriëtte Bosmans, Piet van Mever, Martin Spanjaard, Theo Smit Sibinga en Nico van der Linden.
Cornelis Dopper is na zijn dood in vergetelheid geraakt. Van zijn composities is bijna niets uitgegeven en de manuscripten verdwenen in het archief van het Nederlands Muziek Instituut in Den Haag. De afgelopen jaren zijn er cd’s met zijn muziek verschenen. Om uitvoeringen van zijn composities te bevorderen, wordt door de Stichting Cornelis Dopper gewerkt aan een uitgave van zijn werk.
Joop Stam
Factsheet
Naam: Cornelis Dopper
Geboren: Stadskanaal, 7 februari 1870
Overleden: Amsterdam, 18 september 1939
Studie: Conservatorium Leipzig
1897-1904 violist, repetitor en dirigent bij diverse operagezelschappen in Amsterdam
1904-1906 muziekleraar, correspondent voor Het Leven en De Echo in Amsterdam
1906-1908 op tournee door de Verenigde Staten, Canada en Mexico als dirigent van een rondreizend operagezelschap, ‘The Henry Savage Opera Company’
1908-1932 Tweede dirigent van het Concertgebouworkest onder Willem Mengelberg
Stijl: klassieke vormen (sonate, rondo, scherzo, variatie), romantisch, aanvankelijk onder invloed van Richard Wagner, later een zekere verwantschap met Edward Elgar (1857-1934). Elgars In London Town is te vergelijken met Doppers Amsterdamse Kermis en de Ciaconna gotica met de Enigma Variaties. Dopper stond op vriendschappelijke voet met de wat oudere Elgar en er is correspondentie bewaard gebleven waarin zij hun muzikale ideeën uitwisselden.
De grote voorbeelden van Cornelis Dopper zijn:
J.S. Bach, Beethoven, Bizet, Wagner, Richard Strauss, Mahler
Opvallend weetje
In de periode september 2009 tot februari 2010 wordt een groot festival aan Dopper gewijd. Een van de hoogtepunten zal de wereldpremière zijn van het Requiem, dat Dopper enkele jaren voor zijn dood schreef. Het manuscript van de orkestpartituur is verloren gegaan, maar de ongecorrigeerde orkestpartijen zijn onlangs gevonden in het Nederlands Muziek Instituut. Met behulp daarvan en een enigszins afwijkend piano-uittreksel hebben de musicologen Joop Stam en Marinus Degenkamp de orkestpartituur gereconstrueerd.
Kenmerkende uitspraken van Cornelis Dopper:
- ‘Ik geloof alleen in díe theorieën, die uit een scheppingsdaad zijn voortgekomen, niet omgekeerd.’
- ‘Vernieuwingen in de muziek zijn alleen mogelijk door voort te bouwen op het bestaande.’
- ‘De instrumentatie van een stuk is het kleed waarin de muzikale gedachten en gevoelens zijn gestoken.’
- ‘Een goede muzikale ontwikkeling maakt de menselijke geest en het menselijk gevoel ontvankelijk voor dingen, die anders vrijwel onbereikbaar zouden zijn.’
- ‘De klanken der muziek zijn slechts een middel tot het doel (…) om de toonkunst te maken tot een zielentaal, waartoe geen andere kunst in staat is.’
- ‘Het is toch zeker niet nodig om een muziekstuk vol kostelijke humor met een begrafenisgezicht aan te horen.’

