Muziek Centrum Nederland

Algemeen

MCN Muziekcafé

Muziekcafés

Muziekcafé: Wat Nu?! (verslag)

In het laatste muziekcafé van 2011 analyseren sprekers en publiek de gevolgen van de grote cultuurbezuinigingen. Vier organisaties laten zien hoe zij omgaan met de mokerslag door het budget. Er zijn grimmige verhalen over ontslagen – maar er wordt ook creatief samengewerkt.

Voorbij de verbijstering en voorbij de woede moet er nu stevig worden aangepakt om niet kopje onder te gaan. Dat blijkt uit de verhalen van Irene Witmer (Nederlands Kamerkoor), Stan Paardekoper (Holland Symfonia), Monique Scholten (Poppodium P3) en Rob Kramer (Productiehuis Oost-Nederland).

Geluk
Bijzonder strijdvaardig is directeur Irene Witmer. Het is nog maar enkele weken geleden dat zij te horen kreeg dat het Nederlands Kamerkoor maar liefst 70% minder subsidie van het Fonds voor de Kunsten krijgt – heel wat meer dan de ongeveer 30% waar al op werd gerekend. ‘We hebben geluk: we gaan nu zo veel naar beneden met subsidie-inkomsten, dat het met het verplichte percentage eigen inkomsten vanzelf wel goed komt.’

Maar Witmer spreekt ook over een nog veel belangrijker gelukkig toeval: het enthousiaste contact met de stad Eindhoven en de provincie Noord-Brabant. ‘Zij willen nog iets met cultuur en hebben daar ook geld voor over. In Eindhoven neemt het publiek voor klassieke muziek nog altijd toe.’
Het Nederlands Kamerkoor stond al op het punt om de Amsterdamse Beurs van Berlage te verlaten en in Eindhoven blijkt een oud kloostercomplex te zijn dat als ‘huis’ van het koor kan dienen. Het is een perfecte samenloop van omstandigheden, maar het zou op zichzelf niet genoeg zijn. Het koor werkt aan bijzondere samenwerkingsverbanden om publiek te trekken en ‘sprokkelt’ inkomsten bij elkaar, van subsidiegelden tot sponsors.

Paradepaardje gekort
Nog maar zes jaar bestaat het ‘culturele paradepaardje’ van Purmerend, poppodium P3. En nu al vervalt 50% van de exploitatiesubsidie. ‘Ik ben een beetje cynisch’, verontschuldigt hoofd PR Monique Scholten zich. P3 probeert het hoofd boven water te houden door in te zetten op commerciële verhuur onder de naam P3 Events. Of dit genoeg geld gaat opleveren, is nog onzeker. Een andere manier waarop P3 probeert om inkomsten zeker te stellen is door een ‘veiligere’ programmering. Dat betekent dat acts die bewezen populair zijn, worden verkozen boven opkomende bands. ‘Er is wel meer ruimte voor acts uit de regio, die hebben een warm publiek en zijn minder duur.’
Een zoektocht naar andere subsidiegevers is tot op heden nog niet succesvol.

Honderd ontslagen
Algemeen directeur Stan Paardekooper is kwaad, dat spreekt uit zijn hele houding. Hij heeft dan ook de bitterste pil te slikken: er moeten honderd mensen worden ontslagen binnen Holland Symfonia. De subsidie slinkt van 9,5 miljoen naar 3,5 miljoen. De banen die behouden kúnnen worden, gaan van voltijd naar deeltijd – inclusief de functie van Paardekooper zelf. De symfonische concerten verdwijnen, alleen de functie als begeleidingsorkest van het Nationale Ballet blijft. Paardekooper werkt op dit moment hard aan de verzelfstandiging van het ‘educatieve bedrijf’: ‘Het is heel belangrijk dat kinderen in contact blijven komen met cultuur, en sommige van onze orkestleden zijn daar heel begaafd in.’

Gespreksleider Ewout van der Linden vraagt naar de inkomsten via vriendenclubs. ‘Dat zijn toch echt de tientjesleden’, reageert Paardekooper. ‘Daar zijn we heel blij mee, maar we vangen er de hoge vaste loonkosten niet mee op. En er is ook geen bedrijf dat dat gaat financieren. Dat bedrijfsfondsen een vervanging kunnen zijn van subsidiegeld, is een illusie.’

Samenwerking
Artistiek en zakelijk leider Rob Kramer hanteert de meest lichte toon van de middag. ‘Het verdienmodel van de popindustrie is door het downloaden toch al door de afvalput.’
Hij is blij dat het ‘Oost-Nederland’ in de naam heeft: er blijft geen enkele rijkssubsidie over, maar Gelderland, Overijssel en Deventer dragen nog wél bij aan het voortbestaan.
Net als het Nederlands Kamerkoor zoekt Kramer meer dan ooit de samenwerking op. Samen met het literair productiehuis Wintertuin en met het theater- en dansproductiehuis Generale Oost werkt het productiehuis Oost-Nederland aan een interdisciplinaire ‘fusie-organisatie’. ‘We willen Oost-Nederland als broedplaats voor talentontwikkeling neerzetten.’
Kramer wijst erop dat er van oudsher al relatief weinig subsidie naar popmuziek gaat. ‘Ik ben vooral beledigd namens de popmuziek. Het beetje geld dat er heen ging is nu ook weg, alsof het niet belangrijk is.’

Draagvlak
In het publiek zitten vooral muzikanten, die natuurlijk veel vragen hebben over de impact van de bezuinigingen. Zijn de organisaties nu bijvoorbeeld meer bezig met het draagvlak van hun activiteiten?
Voor het Nederlands Kamerkoor geldt dit zeker. ‘We moeten voeling hebben met de samenleving. Als we er niet voor zorgen dat we een eigen publiek hebben, houdt het op. Ik denk dat iedereen in het bestel zich daarvan bewust is.’

Voor P3 is één van de meest positieve gevolgen van de bezuinigingen dat het publiek heel zichtbaar is geworden. ‘Op zo’n moment merk je pas hoe groot je achterban is.’
Kramer denkt dat popmuziek überhaupt niet bestaat zonder een redelijk draagvlak. ‘Als er niemand naar een bandje komt kijken, houdt dat vanzelf op te bestaan.’

Strijdlustige sector
Van der Linden vraagt aan de sprekers of er ook iets positiefs is voortgekomen uit het overheidsbeleid. Scholten en Paardekooper vinden van niet, omdat ‘de vernielende werking té groot is.’
Kramer vindt niet alle bezuinigingen verkeerd en Witmer ziet dat er interessante, creatieve oplossingen ontstaan. Al met al geven zij een beeld van een strijdlustige, levendige sector – maar wel een sector waar pijnlijke, grote klappen vallen.

Tekst: Renate Sun-Louw

Bookmark and Share