Activiteiten
Debatten
Het symfonieorkest in de regio
Het symfonieorkest in de regio (verslag)
Meer dan 70 professionals uit binnen- en buitenland bezochten afgelopen vrijdag 10 februari het debat over de rol en de positie van een regionaal symfonieorkest. Onder hen stafleden van orkesten, beleidsmakers van rijk, provincies en steden, programmeurs van concertzalen, conservatoria en musici. Wat is de rol van een orkest in regio’s die zich steeds nadrukkelijker profileren: een museum voor de meesterwerken van de symfonische literatuur of een motor voor regionale ontwikkeling?
Michael Eakin
Michael Eakin, Chief Executive van de Royal Liverpool Philharmonic, vertelde over het spannende decennium dat zijn orkest achter de rug heeft. Een decennium waarin zijn orkest een aanzienlijke groei heeft gerealiseerd in reputatie, publiek en financiële levensvatbaarheid. Het was ook een periode waarin het orkest in het bijzonder gedwongen werd om hard na te denken over de rol en positie binnen de lokale gemeenschap.
Cruciaal was de moedige keuze van de stad om cultuur een centrale rol te geven in de plannen rondom de stadsvernieuwing en de daaruit volgende beslissing om een bid te doen voor Culturele Hoofdstad van Europa. Daarnaast heeft het Liverpool Philharmonic een aantal strategische keuzen gemaakt die het orkest in staat stelden optimaal van deze stimulerende context gebruik te maken en zich onmisbaar te maken voor de stad.
Keuze
In de eerste plaats een rigoureuze keuze voor ambitie en kwaliteit. Dit komt tot uiting in de kwaliteit van de programma’s, nieuwe composities en grote cycli van werken van Mahler, Shostakovich, en Stravinsky. De chef-dirigent Vasilly Petrenko heeft met zijn uitstraling een extra impuls gegeven, evenals Cd-opnamen voor het Naxos label. Dat levert niet veel geld op maar zegt wel wat over de ambitie van het orkest.
Ten tweede de openheid naar de stad. Met openlucht concerten, samenwerking met artiesten als Elvis Costello en optredens in de grote arena. Het orkest onderneemt deze activiteiten met volle overtuiging en niet als verplicht nummer, omdat het zo kan laten zien dat het een deel is van het verleden en de toekomst van Liverpool.
Ten derde geeft het orkest een prominente rol aan educatieve en maatschappelijke projecten, onder andere met een eigen jeugdkoor en –orkest gebaseerd op ervaringen met el-sistema. Maar ook door bijvoorbeeld educatieve projecten te ontwikkelen met jeugdzorg of psychiatrische instellingen. Eakin stelt zelfs dat de verstrekking van anti-depressiva aanzienlijk gedaald is sinds het orkest deze projecten uitvoert.
Tot slot is het orkest sterke partnerschappen aangegaan met collega’s in de stad. Doel was een eenvoudig aanspreekpunt te zijn voor beleidsmakers en stadsbestuur en tegelijkertijd een niet te negeren platform.
Samen hebben deze strategische keuzes er voor gezorgd dat het orkest is veranderd in de perceptie van de inwoners, niet alleen van bezoekers maar zelfs van mensen die het orkest alleen uit de krant kennen, of via kennissen. Het orkest is de trots van heel Liverpool, ook van arbeiders en taxichauffeurs.
Eric van Schagen
CEO van IT- en automatiseringsbedrijf Simac NV Eric van Schagen begint zijn keynote met een parafrase van het citaat van de manager van de voetbalclub Liverpool, Bill Shankly: “art is not a matter of life or death, it's much more important than that!". Het is daarom zo belangrijk dat de leeftijd van de gemiddelde bezoeker van Het Brabants Orkest, en andere orkesten omlaag gaat.
Gezien het feit dat Eindhoven nog onlangs werd uitgeroepen tot ‘slimste regio ter wereld’ moet het toch mogelijk zijn dat jonge mensen van 20-30 jaar bekend raken met klassieke muziek. Van Schagen beschouwt zichzelf zeker niet als expert. Tot zijn 25e hield hij zich helemaal niet bezig met klassieke muziek. Via een vriend kwam hij via het toegankelijk repertoire van Domingo en Pavarotti) - via heel veel tussenstappen - uiteindelijk terecht bij Mahler, Strauss en Wagner.
Zoals hij op zijn 25e was, zo bepleit Van Schagen, zo zijn de meeste mensen in Nederland onbekend met klassieke muziek. Om die mensen te bereiken is veel inspanning nodig. Focus op geld is onvoldoende, geld is als zuurstof: essentieel maar niet iets om de hele tijd mee bezig te zijn. Orkesten moeten niet bang zijn om de grote hits te spelen.
Cultuursponsoring
Als voorzitter van de vereniging Vrienden van Het Brabants Orkest is voor Van Schagen de grootste uitdaging niet het vinden van geld maar het werven van vrienden. Een fijne, gezellige avond, een mooi magazine en een ontroerende ervaring hebben een enorme waarde op zichzelf. Voor het werven van vrienden zijn die ervaringen essentieel. De markt voor cultuursponsoring is klein, vooral als je het vergelijkt met de sponsoring van bijvoorbeeld medische goede doelen (“je zou soms wensen dat er wat minder geld ging naar de laatste twee jaar van het leven en wat meer naar alle jaren ervóór”).
Opgericht door de vader van Van Schagen is Simac NV nu met ruim 1.000 werknemers actief in vijf landen en heeft het een jaaromzet van € 150 mln. Van Schagen is de langstzittende CEO van Nederlandse beursgenoteerde bedrijven: hij is ervan overtuigd dat veranderingen helemaal niet goed zijn voor de continuïteit van een bedrijf. Simac NV heeft vijf strategieën benoemd in het streven naar continuïteit en groei: (1) Samenwerking; (2) Klantgerichtheid; (3) Resultaatgericht; (4) Innovatie en (5) Zorg voor het milieu. Deze 5 strategieen zijn zonder meer ook van toepassing op de orkestensector.
Luister naar je klanten en wees goed voor je medewerkers. Dat betekent voor Simac in de praktijk dat men iedere drie jaar een volstrekt ander portfolio heeft, men verkoopt nu dus andere producten dan in 2009. Ook voor orkesten geldt: Pas je aan en leer van strategische keuzen in het bedrijfsleven. Speel je wat het publiek wil horen of richt je je op een niche markt? In dat laatste geval moet je een groter gebied bedienen. Blijf bij je kern, maak je gebied groter, wees klantgericht en richt je op de klant van morgen.
Debat
Onder leiding van Martijn Sanders debatteren de twee keynote sprekers met Bart van Meijl (zakelijk directeur Nieuwe Philharmonie Utrecht en lid Dagelijks Bestuur CDA) en Arthur van Dijk (directeur van Het Brabants Orkest).
Bart van Meijl beschrijft de werkwijze van de Nieuwe Philharmonie Utrecht. Een orkest dat werkt met freelancers afkomstig uit diverse Europese orkesten. Het is meer een platform waar partijen die publiek hebben bij elkaar komen dan een vehikel waar sponsors alleen gezocht worden voor het geld. Een sponsor is juist een bron van publiek.
Michael Eakin is niet zo pessimistisch als Van Schagen over jong publiek: hij ziet dat ze in Liverpool met hun activiteiten voor 25% mensen in de zaal hebben die jonger zijn dan 25 jaar.
Rol van orkest
Sanders vraagt wat de rol is van een orkest dat zich niet zo exclusief op één stad kan richten: Het Brabants Orkest heeft te maken met een groot en divers verzorgingsgebied, hoe ga je om met die tegenstelling?
Van Dijk bevestigt dat dit de vraag is die men op dit moment probeert te beantwoorden en dat hij enigszins jaloers is op het Liverpool Philharmonic dat met zo’n gerichte focus kan werken. Het Brabants Orkest werkt in vier verschillende grote steden, met verschillend publiek. Wat hem aanspreekt in de keynote van Eakin is dat je de relatie met beleidsmakers en politici een rigoureus andere vorm geeft en je belang voor de stad aantoont.
Publiek
Van Meijl vraagt zich af of je niet eerst je publiek moet overtuigen en binden, want dan volgen de politici ook wel. Het is ouderwets om in je strategie te beginnen met politici die zich in Den Haag bevinden.
Van Dijk zegt dat het gaat om nieuw publiek en nieuwe modellen, niet zozeer om een direct gesprek met politici, maar om het overtuigend onmisbaar maken van je organisatie.
Eakin wijst er op dat de overheid en gemeente weliswaar ‘gewoon’ klanten zijn maar dat het moeilijker is om met hen te spreken en hen tevreden te houden dan het publiek dat in de zaal zit. Terwijl het wel sleutelrelaties zijn en blijven.
Van Schagen wijst er op dat toen zij in 1999 op het randje van faillissement stonden met Simac ze heel hard hebben moeten vechten. Nu het goed gaat wil iedereen opeens bij je horen. Je moet je doelgroep heel precies en scherp formuleren, en uiteindelijk kom je er sterker en beter uit.
Sanders vraagt wat men van zijn publiek weet?
In Liverpool runt het orkest ook de eigen zaal en heeft dus 1:1 inzicht in de profielen van hun klanten. Eakin is er van overtuigd dat de drie belangrijkste motivators voor het publiek zijn: programma, programma en programma. Chef-dirigent Petrenko is ook wel belangrijk maar grote namen als solist zijn, in tegenstelling tot wat veel mensen verwachten, veel minder belangrijk. Publiek heeft een enorm sterke band met het orkest, ze zijn vergelijkbaar met seizoenkaarthouders van een voetbalclub.
Toegangsprijzen
Sanders vraagt hoe prijselastisch de toegangsprijzen zijn?
Van Dijk vindt dat de prijzen in Brabant al vrij hoog zijn, prijsverhoging is niet de manier om meer geld te krijgen. Er zitten hier veel buitenlandse werknemers en politici zeggen dat ze culturele infrastructuur belangrijk vinden voor die bewoners. Peter en de Wolf is daarbij net zo belangrijk als Mahler.
Repertoire
Van Meijl vraagt waarom je als regionaal orkest überhaupt groot repertoire als Mahler zou spelen, kun je dat niet beter overlaten aan een paar (Randstedelijke)orkesten? Wordt er tussen de orkesten in Nederland overlegd om te voorkomen dat iedereen hetzelfde repertoire in hetzelfde weekend speelt?
Van Dijk wijst erop dat zelfs áls meerdere orkesten hetzelfde grote repertoire in dezelfde periode plannen de zalen juist vol zitten. Dat is gewoon de muziek waar publiek op afkomt.
Volgens Eakin speelt deze kwestie in Engeland minder omdat de drie Londense orkesten nauwelijks buiten Londen spelen en de markten vrij ver uit elkaar liggen.
Alejandra Castro vraagt vanuit het publiek aandacht voor nieuwe muziek en nieuw repertoire. Jan Zekveld wijst er op dat het jaren duurt voordat het publiek een programmeur leert vertrouwen op zijn avontuurlijke keuzes.
Eakin vindt dit een fundamentele kwestie die in de hele klassieke muziek wereld speelt. Jonge mensen zijn erg geïnteresseerd in nieuwe muziek maar het is voor hen een gesloten boek. Ze zijn op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in beeldende kunst en moderne film, maar niet van muziek. En de smaak van het publiek is wel degelijk aan het veranderen: Mahler, Stravinsky en Shostakovich zijn tegenwoordig veilige keuzes, Mozart en Haydn zijn zelfs moeilijker te verkopen tegenwoordig.
Concurrentie
Sanders vraagt waar een orkest mee concurreert, is dat met andere orkesten, met TV, met de vrijetijdsmarkt?
Van Schagen: waar het om gaat is dat of PSV wint of verliest, de fans blijven trouw. Je hebt een ijzersterke relatie nodig tussen orkest en publiek, het branden van de zaal is daarbij van belang, maar een regionaal orkest speelt steeds in een andere zaal en dat maakt het moeilijker.
Eakin is het daarmee een en denkt dat acties voor ondersteuning voor cultuur in brede zin daarom weinig bijval krijgen. Als je die anonimiteit ontstijgt en er een echte band is dan wordt je eigen publiek aantoonbaar een ijzersterke pleitbezorger naar de politiek.
‘Het Symfonieorkest in de Regio’ wordt georganiseerd doorHet Brabants Orkest, 2018Brabant Culturele Hoofdstad en MCN. Namens MCN geven Miranda van Drie en Job Spierings inhoudelijk advies, zetten het internationale netwerk in en stellen Het Brabants Orkest in staat op korte termijn dit debat te organiseren in het kader van de jaarvergadering van ONE.





