Hedendaags
Componist op de voorgrond
Michel van der Aa
Richard Ayres
Cornelis de Bondt
Ton Bruynèl
David Dramm
Anthony Fiumara
Joep Franssens
Rozalie Hirs
Simeon ten Holt
Willem Jeths
Hanna Kulenty
Yannis Kyriakides
Ton de Leeuw
Reza Namavar
Mayke Nas
Martijn Padding
Jan van de Putte
Robin de Raaff
Richard Rijnvos
Wouter Snoei
Klas Torstensson
Jacob ter Veldhuis
Theo Verbey
Giel Vleggaar
Peter-Jan Wagemans
Kristoffer Zegers
Cornelis de Bondt
"Voor een componist is het essentieel dat hij zich bewust is van de conventies, net als Bach en Beethoven in hun tijd," aldus Cornelis de Bondt; "hij moet zich realiseren dat hij in alles wat hij schrijft, in alle keuzes die hij maakt, zich altijd tot die conventies verhoudt, of hij dat nu leuk vindt of niet. Wanneer hij zich daar niet van bewust is, dan blijft datgene wat hij uitdrukt, hoe technisch bekwaam ook uitgevoerd, steken op het naïeve niveau van een circusnummer. En kunst overstijgt per definitie het naïeve."
De tot de Haagse School gerekende De Bondt, die in 1984 zijn studie aan het Koninklijk Conservatorium afsloot met de Prijs voor Compositie, treedt in al zijn werken in dialoog met de muziektraditie. Soms doet hij dat heel expliciet, zoals in het omvangrijke madrigalencommentaar Bloed (1998/2002), maar vaak ook op een aan het oor onttrokken niveau, in het geraamte van een compositie. Zo liggen in het fundament van zijn pianoconcert Die Wahre Art (2000), genoemd naar een essay van C.P.E. Bach, de eerste 25 maten van Weberns Symphonie opus 21 verzonken. "Kunst moet meer zijn dan een uitdrukking van de emotie van de kunstenaar," zegt hij; kunst is ook vorm, en "formalisme vergt een zekere distantie." Afstandelijkheid die in de luisterervaring vervolgens overbrugd wordt door de verleidingskracht van De Bondts grillige, virtuoze toontaal.
Bepaalde kernwaarden van de muziekpraktijk die van groot belang zijn voor de positiebepaling van een musicus, zoals diepgaande kennis van de traditie en een geconcentreerde luisterhouding, boeten echter in aan gezag, zo vreest De Bondt. Bij een recente uitvoering van zijn vroege pianowerk Grand Hotel (1985-88), geschreven voor Gerard Bouwhuis, die er indertijd jaren op studeerde, constateerde De Bondt dat het stuk in de loop der jaren verschillende gedaantes heeft aangenomen, dat het verschillende interpretaties toestaat die allemaal recht doen aan de partituur. "Het groeien in een partituur is voor mij niet primair een technische kwestie. De uitvoering van Grand Hotel is niet zozeer beter geworden, maar wel rijker, omdat ze leeft. Het gaat om de ruimte voor ontdekkingen die een partituur de musicus biedt, en de bereidheid zo'n ontwikkeling te volgen, mee te beleven – en dat kost geen uren maar jaren… Een dergelijke intensieve en tegelijkertijd uitgesponnen omgang met muziek lijkt, helaas, niet meer van deze tijd."
Joep Stapel
Opdrachten en plannen
- Liederen voor zang en piano [op teksten van Giacomo Leopardi] – voor Cristina Zavalloni
- De overige drie delen voor de Gran Symfonia. [zie hieronder]
Premières/concerten
19 en 20 februari 2010: Gran Symfonia – deel II: Il Tempo Giusto (wereldpremière)
Radio Kamer Filharmonie:
- Vredenburg Leidsche Rijn, Utrecht, 20.15 uur – vrijdag 19 februari 2010.
- Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam, 20.15 uur – zaterdag 20 februari 2010. Voorgesprek van 19.15 tot 20.00 uur op Foyerdeck 1 door Huib Ramaer met Cornelis de Bondt en Gavin Bryars.
21 februari 2010: Sur Emprise (voor drie harpen)
- Jurriaansezaal, de Doelen, Rotterdam, 20.15 uur.
3 karakteristieke uitspraken van Cornelis:
- ‘Misschien heeft Beethoven, nadat hij brak door de geluidsbarrière van het "Musische Oor" en terecht kwam in het no man’s land van een borgesiaanse Aleph, alwaar van tijd geen sprake is en waar alle noten, ieder ritme, iedere klank, zich gelijktijdig in spiegelen – misschien heeft Beethoven toen niet de noten geschreven die hij schreef als gevolg van zijn doofheid, maar andersom: heeft hij vanwege het schrijven van de noten zoals hij schreef, zijn doofheid gegenereerd.’ [Uit "Beethoven is Doof" 1993]
- ‘Enkele weken geleden stond de wereld stil toen er een nieuw manuscript werd gevonden van Beethoven’s "Grosse Fuge", een werk dat destijds als totaal onspeelbaar en onrendabel werd beschouwd. Het werk van een doorgedraaide meester, dat tegenwoordig als een mijlpaal van de West-Europese muziekgeschiedenis wordt gezien, maar dat ooit in première werd gebracht voor slechts een vorst, diens maîtresse en de hond.’ [In een samen met Martijn Padding uitgebracht pamflet "Het Einde van de Grosse Fuge" – November 2005. N.a.v. de inrichting van een nieuw subsidiestelsel en de voortdurend toenemende drang om de kunsten vanuit het perspectief van marketing en publieksbereik te bezien.]
- ‘Beauty is an emotion generated by imperfection. (…) A beauty mark ladies used to put on their cheek is, by referring to an imperfection of the skin, suggesting the perfection it. It is never placed in the middle but always in an asymmetrical way, because also this imperfection suggests us the perfection of the shape of her face. Perfection on the other hand is never beautiful, it represents the sublime, which is terrifying in a way. In this, the imperfection in art represents the imperfection of life: we suffer, we experience pains, we die. But what if we wouldn’t feel pain, if we wouldn’t suffer, if we wouldn’t die? Where does, in a feeling, pain start? A beautiful metaphor for this is the French term for orgasm: "la petite mort" (small death). So at the end, if we would reach perfection, like entering heaven, we wouldn’t feel anything, we wouldn’t live; it would be worse than hell.’ [Uit mijn klas "The Technique of Beauty", Koninklijk Conservatorium Den Haag – 2008]
Beknopt persoonlijk portret
Cornelis de Bondt houdt van:
Alles wat gemaakt is vanuit de intentie om het zo voortreffelijk mogelijk te doen, of het nu gaat om een meesterlijke compositie of het koken van een eitje.
De helden/inspirators van Cornelis de Bondt zijn:
Authenticiteit, meesterschap, wilskracht en een niet te stuiten nieuwsgierigheid – voor mij in de muziek belichaamd door met name Beethoven en Stockhausen.
De meest bijzondere muzikale ervaringen van Cornelis de Bondt in het buitenland
- Ergens in de jaren tachtig, mee naar Berlijn in de bus met Hoketus voor een concert met o.a. een uitvoering van mijn werk Bint. Aangekomen in het hotel moest een van de pianisten wegens familieomstandigheden onmiddellijk terug naar huis; of ik hem kon vervangen in het stuk Hoketus van Louis Andriessen. Ik met de groep mee voor sightseeing, maar wel met de partituur onder mijn arm voor studie van mijn partij tijdens de diverse terrasbezoekjes. Uiteraard ook met de S-bahn via met mos begroeide, al jaren ongebruikte stationnetjes, naar het oostelijke deel van de stad, alwaar wij een kopje koffie gingen eten, hoog in dat ronddraaiende restaurant bovenop de "Funkturm". Toen ik opstond om even een toilet te bezoeken, stormde een damesbediende "van het vrouwelijk geslacht" (zoals Gerard Reve ongetwijfeld zou toevoegen) op mij af om mij, onder het goedkeurend oog van met een machinegeweer gewapende soldaat, onmiddellijk weer in mijn stoel terug te bonjouren, terwijl zij mij toeblafte: "SITZEN BLEIBEN!!!". Toen begreep ik mijn moeizame verhouding met dit land weer.
- 2001 – St. Irénée, Quebec, Le Domaine Forget; twee weken lang masterclasses geven samen met het Nouvel Ensemble Moderne, Denys Bouliane, Michel Gonneville, Christopher Butterfield en een twintigtal leuke jonge componisten en muziekstudenten uituit alle delen van de wereld. En halverwege de periode met z’n allen varen op de St. Laurentrivier, op zoek naar walvissen.

![Cornelis de Bondt [foto: Zephyre de Bondt] Cornelis de Bondt [foto: Zephyre de Bondt]](http://www.muziekcentrumnederland.nl/typo3temp/pics/03077044ee.jpg)