Muziek Centrum Nederland

Martijn Padding

'Speels, geestig, listig en lichtvoetig. Desondanks niet luchtig, gratuit of ordinair. Wie zulke kwaliteiten bij elkaar kan componeren, is een knappe vent.’ Dat schreef Guido van Oorschot eind april in De Volkskrant na de première van White eagle, het nieuwe vioolconcert van Martijn Padding.

Lichtvoetig maar niet gemakkelijk: dat zijn kwalificaties waarin de componist zich kan vinden. ‘Ik mis veel transparantie in hedendaagse muziek, zoals je die bijvoorbeeld vindt bij Scarlatti: het lijkt flinterdun, maar zit zó goed in elkaar.’ Hij onderschrijft dan ook volledig de constatering van Hendrik Andriessen dat de diepte van muziek vaak aan de oppervlakte ligt: ‘Ik wil raak schieten – in plaats van een diepe kuil graven.’

Padding (Amsterdam, 1956), leerling van Louis Andriessen en tegenwoordig hoofd van de compositieafdeling van het Koninklijk Conservatorium, begon zijn carrière als onvermoeibaar commentator van de muziekgeschiedenis, die vaak muziekstijlen tot onderwerp van zijn composities maakte – om ze grondig onder handen te nemen, te Het afgelopen decennium is hij veel vrijer gaan werken, open voor alles, steeds opnieuw beginnend.

Die houding van onbelemmerde experimenteerdrift herkent hij bij Stockhausen, die hij een van zijn grootste inspiratiebronnen noemt. ‘Elk stuk is een nieuw experiment,’ zegt Padding. ‘Ik sta mijzelf toe mijn fantasie te gebruiken.’ Dat levert eigenzinnige muziek op, soms frivool, vaak vol verwijzingen, en altijd boeiend.

Joep Stapel

een karateristieke uitspraak van Martijn:

De loyaliteit in de muzieksector moet veel sterker worden om ons te verdedigen tegen het marktgerichte cultuurbeleid van de overheid. Nederland kent een waanzinnig divers muziekleven en dat laten we niet afserveren.

Martijn Padding [foto: Gerrit Schreurs]
foto: Gerrit Schreurs
beknopt persoonlijk portret

Martijn Padding houdt van: Ballade no.4 van Frédéric Chopin, vanwege de ongeëvenaarde harmonie. Momente van Karlheinz Stockhausen, om zijn grote theatrale vorm. Needle Tower II van Kenneth Snelson (beeldentuin Kröller-Müller Museum), omdat dit kunstwerk de zwaartekracht tart.

 

Martijn Padding laat zich inspireren door:
De niet-behaagzieken die erop los experimenteren bijvoorbeeld Ferdinand Cheval (le facteur), omdat hij ongehinderd door enige kennis, geheel alleen, een waanzinnig paleis in zijn achtertuin plaatste. Sviatoslav Richter, vanwege zijn enorme zelfkritiek en de uitvoering van Schuberts late Sonate in G. Robert Ashley, omdat hij zo’n scherp beeld heeft van onze tijd en welke muziek hij daarbij vindt horen.

Bookmark and Share