Muziek Centrum Nederland

Wolfgang Wijdeveld

Een jongeman die moest vechten tegen het ‘zoon van’-syndroom. Dat is de tragiek van de pianist, componist en pianodocent Wolfgang Wijdeveld in een notendop. Als zoon van de bekende architect Hendrik Wijdeveld moest hij behoorlijk wat in zijn mars hebben om uit diens schaduw te stappen. De jonge Wijdeveld ontpopte zich tot een begenadigd pianist en een eigenzinnig componist, maar maakte uiteindelijk voornamelijk naam als pianodocent. Vandaar dat hij honderd jaar na zijn geboorte slechts een voetnoot is in de Nederlandse muziekgeschiedenis.

Al tijdens zijn studie verenigde Wijdeveld, die bekend stond als een bon vivant met stijl en allure, het nuttige en het aangename door veel te werken als begeleider van balletgezelschappen. Al snel ontpopte hij zich tot een uitstekend pedagoog. ‘Die voorkeur voor het lesgeven komt waarschijnlijk voort uit het minderwaardigheidsgevoel dat wij Wijdevelds hebben’, zei hij over zijn keuze. ‘Als je les geeft sta je boven iemand, dan ben je deskundig. Misschien is dat de psychologische achtergrond. Maar we hebben altijd de behoefte gehad iets te willen overbrengen, overdragen.’

Door zijn werkzaamheden als docent, vooral aan het Utrechts Conservatorium, en zijn aangeleerde bescheidenheid, kwam hij als componist nooit zo uit de verf. ‘Wolfgang Wijdeveld is geen componist wiens muziek men regelmatig in de concertzaal aantreft’, schreef Wouter Paap al in 1970 in Mens en Melodie naar aanleiding van een concert ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van de componist. ‘Hij behoort niet tot de componisten die het opbouwen van een compleet oeuvre nastreven en er achterheen zitten dat hun werk in de concertpraktijk wel in voldoende mate aan de orde komt.’

Toch heeft hij zijn hele leven gecomponeerd en schreef hij een bescheiden maar opvallend oeuvre bijeen ‘dat spontaan voortvloeit uit de situatie waarin hij zich als mens en musicus bevindt’, zoals Wouter Paap het omschreef. In zijn eerste werken klinken nog duidelijk de sporen van zijn studie bij Willem Pijper, maar gedurende de jaren veertig en vijftig ontwikkelt hij een persoonlijke stem. Terwijl de meeste Nederlandse componisten zich met Franse of Duitse invloeden bezighielden, vond Wijdeveld inspiratie in het werk van Stravinsky en Bartók. In zijn laatste jaren nam hij veel eigen werk voor piano solo op. Als deze stukken in 2000 op cd verschijnen omschrijft Paul Witteman het werk van Wijdeveld als ‘muziek die streng maar optimistisch klinkt. Net niet modern, maar wel de laatromantiek voorbij.’ Het is in elk geval muziek die waardevol genoeg is om de beroemde architect Wijdeveld nu eens ‘de vader van’ te noemen.  

Paul Janssen

Factsheet
  • Geboren: Den Haag, 9 mei 1910
  • Overleden: Laren, 12 december 1985
  • Opleiding: Piano en theorie aan het Amsterdams Conservatorium bij Willem Andriessen en Sem Dresden, compositie bij Willem Pijper.
  • Werkzaamheden: Begeleider bij diverse dansgroepen (Scapino Ballet, Ballet der Lage Landen, ballet van Yvonne Georgi). 1940-1946 directeur Stedelijke Muziekschool Zwolle, 1946-1977 hoofdvakdocent piano en methodiek aan het Utrechts Conservatorium, 1956-1968 recensent van Het Vrije Volk.
Uitgelichte werken
  • Blaaskwintet (1934)
  • Kermesse (1935)
  • Pianosonate nr. 1 (1940)
  • Sonate voor viool en piano (1948)
  • Walt Whitmanliederen (1949)
  • Sonate voor twee violen en piano (1954)
  • Pianosonate nr. 2 (1956)
  • Pianosonate nr. 3 (1963)
  • Liederen op Zuid-Afrikaanse tekst (1966)
  • Notitieboek I-V (1968-69)
Inspiratiebronnen

Brahms en Reger dankzij zijn oma van moeders kant, Ruscha Schönfeld. Zijn vader de architect Hendrik Wijdeveld. Bartók en Stravinsky dankzij pianoduopartner Géza Frid.

Wolfgang Wijdeveld rond 1962
Wolfgang Wijdeveld rond 1962
Karakteristieke uitspraken

‘Ik had een woest leven met veel huwelijken, veel kinderen. Ik moest ook ontzettend veel schoolconcerten geven, balletten begeleiden en componeren. Allemaal om geld te verdienen.’

‘Veel leerlingen die bij mij kwamen speelden houterig, stijf, met te grote spanning. Maar de manier waarop je die spanning moet bestrijden is voor elke leerling verschillend! Daarom kan er ook nooit sprake zijn van een systeem, een methode van lesgeven.’

Bookmark and Share