Muziek Centrum Nederland

Nieuw binnen

MusikTexte 126

Eric Verbugt (foto: Patricia Werner Leanse)
Eric Verbugt (foto: Patricia Werner Leanse)

In het tijdschrift MusikTexte 126 (augustus 2010) staan twee artikelen die vermeldenswaard zijn: van Jörn Peter Hiekel over Eric Verbugt en van Reinhard Oehlschlägel naar aanleiding van het overlijden van Willem Breuker. Dat van Hiekel is kenmerkend voor de manier waarop buitenlanders soms tegen Nederlandse componisten van betekenis aankijken. Hij begint met te stellen dat er in het geval van hedendaagse Nederlandse muziek vaak sprake is van 'Unkompliziertheit oder schwungvolle Leuchtigkeit.' De muziek van Verbugt daarentegen is 'weitaus komplexer.' En dus on-Nederlandser? Ja, de rijkdom van de hele Europese cultuur van de laatste eeuw klinkt er volgens Hiekel in door. Die van het rooms-katholieke Zuiden met oog voor Frankrijk en Duitsland en van het calvinistische Amsterdam, met zijn strengere en door Amerika beïnvloede perspectief. Waarbij Verbugt overigens op zoek is naar een eigen identiteit. Oehlschlägel belicht twee kanten van Willem Breuker, 'diese grosse wilde holländische Musiker': de ironische en de alternatief-subversieve.

MusikTexte, Zeitschrift für Neue Musik Nr. 126 (ISSN 0178-8884).

Klank en kleur

Klaas de Vries
Klaas de Vries (foto: Teo Krijgsman, 2007)

De Groene Amsterdammer kwam op 26 augustus 2010 met een eerste bijlage onder de titel 'Klank en kleur.' Het thema is 'de relatie tussen muziek en de andere kunsten.' De titel van de bijlage refereert aan de AAA-reeks van het Koninklijk Concertgebouworkest: Avontuurlijk, Actueel en Aangrijpend. Bij elke van de zes afleveringen hiervan komt het weekblad met een bijlage. In de voetsporen van Matthijs Vermeulen, wiens essays net als deze bijlagen in de collectie van het Muziek Informatie Centrum zijn c.q. worden opgenomen en op werkdagen tijdens kantooruren zijn in te zien. De eerste, inleidende bijlage bevat onder andere een essay van Elmer Schönberger naar aanleiding van zijn luisterervaring met de Sacre du printemps van Igor Stravinsky in de bewerking voor vier piano's van Maarten Bon, 'de totale ontkleuring van het origineel.' Verder een interview van Bas van Putten met componist Klaas de Vries over diens werk Eclips, waarin De Vries (in 1992) de draad van Skrjabins Vers la flamme (uit 1914) oppakt. Interessant is ook het essay van Koen Kleijn over de synesthetische ervaring van onder anderen Vincent van Gogh. Van Gogh nam pianoles bij een muziekleraar in Eindhoven die dacht dat de schilder gek was en een einde aan de lessen maakte.

De Groene Amsterdammer, 26 augustus 2010.

Journal of New Music Research

Journal of New Music Research (cover)

Het Journal of New Music Research wijdt een heel nummer aan 'Understanding Audience Experience' (2010, Vol. 39, No. 2). Interessant voor iedereen die is geïnteresseerd in vragen als: waarom trekken concerten, wat zijn de luisterervaringen, hoe kan enthousiasme worden gedeeld. De vragen worden bekenen vanuit verschillende gezichtspunten: muziekpsycologie, kunsteducatie, digitale media enz. Een rode draad door alle bijdragen heen wordt gevormd door het sociale aspect van live muziekbeluisteren, in een concertzaal, musea e.d.. Hierbij vragen de auteurs zich af of in verschillende genres geïnteresseerde luisteraars daarin verschillen. Bezoekers van jazzconcerten blijken vooral af te komen op grote namen, hebben een duidelijk idee van stijlen maar willen ook kennismaken met nieuwe en melden dit aan hun vrienden. Bezoekers van concerten met klassieke muziek zijn eerder geneigd uitvoeringen met elkaar te vergelijken. Interessant om te lezen - bij het Muziek Informatie Centrum, tijdens werkdagen en kantooruren.

Journal of New Music Research Nr. 39 (ISSN 0929-8215).

Zing Magazine

Cover Zing Magazine

In Zing Magazine (nr. 34, sept./okt. 2010) is het cover artikel een bijdrage over het Groot Omroepkoor. Met als ondertitel: 'Het best bewaarde geheim ter wereld.' Het koor werkt het grootste deel van de tijd voor de publieke omroep. Zij programmeren niet zelf, dat doen de omroepprogrammeurs (die hun mosterd soms bij het Muziek Informatie Centrum halen), maar zijn wel verantwoordelijk voor het aantrekken van dirigenten. Op die manier worden per jaar zo'n 25 programma's gedaan. Het repertoire loopt van Bach tot en met hedendaagse muziek. 'Alle partijen willen het onderste uit de kan. Dat bevordert de kwaliteit', aldus de programmeur van de Utrechtse serie De Vrijdag van Vredenburg. In de collectie van het Muziek Informatie Centrum zijn veel opnamen van het Groot Omroepkoor opgenomen. En op werkdagen tijdens openingsuren te beluisteren. Soms zijn het verschillende uitvoeringen van één werk, wat het des te spannender maakt. Bijvoorbeeld van het Hooglied van Bertus van Lier: onder leiding van Roelof Krol (1956) en Ed Spanjaard (1995). Recensies hiervan zijn terug te vinden in de documentatiemap van Bertus van Lier.

Zing Magazine nr. 34 (Uitg. De Inzet, www.zingmagazine.nl).

Arvo Pärt

Arvo Pärt

Toeval bestaat niet: de VARA heeft hem tot 'Componist van de week' aangewezen (23 t/m 27 augustus 2010 op Radio 4), en het tijdschrift Fono Forum (september 2010) schetst op hetzelfde moment een fraai portret van de componist die op 11 september 2010 75 jaar wordt. We hebben het over Arvo Pärt, die - volgens de VPRO Gids nr. 34 - 'een ommezwaai van seriële muziek naar "heilig minimalisme" maakte.' Met, aldus Fono Forum, als tussenstations klankveldencomposities en aleatoriek. Waarbij allengs de wereld in zijn werk terugkeerde. 'De vastentijd in de muziek van Arvo Pärt is voorbij', concludeert Dirk Wieschollek. In de maand oktober 2010 brengt het Nederlands Kamerkoor een 'Tribute to Palestrina and Pärt.' Tijdens concerten in Leeuwarden, Amsterdam, Arnhem, Den Haag, Groningen en Enschede. Ondertussen is tijdens kantooruren bij het Muziek Informatie Centrum werk van hem te horen, en zijn partituren te bekijken. En vallen natuurlijk de twee genoemde bladen, de VPRO Gids en Fono Forum in te zien.

(Fono Forum, september 2010, ISSN 0015-6140).

Tijdschrift Oudemuziek

Foto Marco Borggreve (Oude Muziek)

In het Tijdschrift Oudemuziek (3/2010) staat onder andere een uitgebreid interview dat Guido van Oorschot had met één van de drie artists in residence tijdens het Festival Oude Muziek Utrecht (27 augustus-5 september 2010): de Belgische gambist Pierre Pierlot. Hij zal op 29 augustus naast werken van Sainte-Colombe ook stukken van minder bekende componisten spelen. Onder meer van Carolus Hacquart (ca. 1640-ca. 1701). Hacquart trok vanuit Brugge naar Amsterdam en, in 1679, Den Haag. Hij werd financieel ondersteund door Constantijn Huygens. Huygens komt ook voor in een artikel van Bob van Asperen over 'Couperin en zijn leermeesters.' Het gaat in dit verband om een langdurige correspondentie die Huygens had met Henri Du Mont (ca. 1610-1684), die zich in 1643 in Maastricht vestigde. Hij kreeg naam als 'de favoriete motettencomponist van de Zonnekoning.' Verder in dit tijdschriftnummer een klein interview met Harry van der Kamp over Jan Pietersz. Sweelinck. Dit naar aanleiding van de voltooiing van de complete uitgave van Sweelincks vocale werken op cd. Van der Kamp vraagt zich voorzichtig af of 'we Sweelinck dan toch eindelijk eens op waarde gaan schatten.' En tenslotte gaan we nog verder terug in de tijd in een klein interview met Pierre Hamon over Guillaume Machaut. Hierin wordt gesteld dat De Machaut beïnvloed lijkt door Boëthius. Interessante stof allemaal - te lezen bij het Muziek Informatie Centrum.

TOM 3/2010 - Festivalnummer (ISSN 0920-6649).

Tijdschrift Ensemble met 2 Nederlandse ensembles

Omslag Ensemble 4/2010

Het Duitstalige tijdschrift 'Ensemble', vooral gericht op Duitse, Oostenrijkse, Luxemburgse en Zwitserse kamermuziek, biedt in het augustus/septembernummer 2010 twee lange interviews met de leden van Nederlandse ensembles. In de eerste plaats met manager Liesbeth Kok en de leden van het Calefax rietkwintet: Oliver Boekhoorn (hobo), Ivar Berix (klarinet), Raaf Hekkema (saxofoon), Jelte Althuis (basklarinet) en Alban Wesly (fagot). Vier van de vijf zaten op het Amsterdamse Barlaeus Gymnasium, waar kunst en cultuur hoog in het vaandel staan. Hun eerste opdracht ging toen al naar Willem van Manen. En er volgden er nog veel. Naast arrangementen, of, liever: hergecomponeerde werken. Van de grenzen van Europa tot in de oriënt, van klassieke tot jazzmuziek. Het tweede interview is met de leden van het Navarra Quartet: Xander van Vliet en Marije Ploemacher (viool), Simone van der Giessen (altviool) en Nathaniel Boyd (cello). Een gesprek dat plaatsvond tijdens opnamesessies van de eerste drie strijkkwartetten van Péteris Vasks (Challenge Records). Alle kwartetten hebben hun eigen klank en interpretatie. In vergelijking met het Miami Quartet, dat Vasks' kwartetten eerder opnam, is die van het Navarra Quartet naar eigen zeggen meer als een doorgaande, soms wilde stroom, en minder mathematisch exact.

Ensemble. Magazin für Kammermusik 4/2010 (ISSN 1612-0833).

Huub van der Lubbe en zijn muze

Omslag boek Huub van der Lubbe

Vrijdag 6 augustus 2010 kon de liefhebber eerst op de televisie een aflevering van het programma 'De wandeling' zien waarin Hella van der Wijst met toneelregisseur/auteur Teuntje Klinkenberg op pad ging en 's avonds in de boekenbijlage van NRC Handelsblad een recensie lezen van de bundel gedichten en liedteksten 'Guichelheil' van Huub van der Lubbe. Klinkenberg is Van der Lubbe's vrouw en muze. Veel van zijn gedichten zijn door haar geïnspireerd. Volgens Guus Middag zien we in de in de collectie van het Muziek Informatie Centrum opgenomen bundel, 'waar het om gaat bij liedteksten. Ze zijn vaak niet zo goed, maar dat doet er eigenlijk helemaal niet toe (...). Je weet van te voren dat ze staan of vallen met het lied dat erbij hoort.' Behalve 53 liedteksten bevat de bundel ook twintig gedichten, zeven vertaalde liedteksten, zeven vertalingen van sonnetten van Shakespeare en twaalf in het Engels vertaalde teksten van De Dijk.

Huub van der Lubbe: Guichelheil. Uitg. Nijgh & Van Ditmar (ISBN 9789038891101).

Johan Wagenaar - Summer of Life

Cover CD

Sinds enige tijd is het mogelijk recente(re) knipsels uit grote dagbladen e.d. ter plaatse bij het Muziek Informatie Centrum digitaal te raadplegen. Tot de nieuwe aanwas behoort een uitgebreid artikel dat Peter van der Lint in Trouw (26 juli 2010) schreef over een cd-uitgave 'vol met muziek van Johan Wagenaar (1862-1941).' Een cd die al enige tijd in de collectie van het Muziek Informatie Centrum is opgenomen en tijdens kantooruren (10.00-17.00 uur) valt te beluisteren. De Nederlandse, veelal in Duitsland werkzaam zijnde dirigent Antony Hermus dirigeert de Nordwestdeutsche Philharmonie. Hij leidt dit orkest in vijf symfonische gedichten van Wagenaar: De getemde feeks op. 25, Levenszomer op. 21, Saul en David op. 24, Romantisch Intermezzo op. 13 en Frithjofs Meerfahrt op. 5. Hij doet dit volgens Van der Lint 'opvallend energiek, helder (...) en meeslepend.'

Johan Wagenaar: Symphonic poems. Nordwestdeutsche Philharmonie o.l.v. Antony Hermus (CPO 777 479-2).

In 1934 Nederlandse cultuur in internationale context

Omslag In 1934

Muziek Centrum Nederland kocht enige tijd geleden antiquarisch de vijfdelige boekenreeks 'Nederlandse cultuur in Europese context' (scroll verder voor een beschrijving). Elk deel hiervan is - met uitzondering van het laatste (Rekenschap) - gecentreerd rond een moment uit de cultuurgeschiedenis: 1650, 1800, 1900 en 1950. De titel van het zojuist verschenen 'In 1934, Nederlandse cultuur in internationale context' doet vermoeden dat uit eenzelfde vaatje wordt getapt, al is de focus (internationale context) ruimer. Dit is echter niet zo. Evenmin is er enig verband met standaardwerken als 'Nederlandse literatuur, een geschiedenis', 'Een theatergeschiedenis der Nederlanden' en 'Een muziekgeschiedenis der Nederlanden' (ook aanwezig in de collectie van het Muziek Informatie Centrum). Het accent in 'In 1934' ligt namelijk op wederzijdse beïnvloeding. Het voorbeeld van dit boek was 'In 1926' van Hans Ulrich Gumbrecht. De nadruk valt op de literatuur en haar instituties en bemiddelaars. Dat neemt niet weg, dat ook theater, film, beeldende kunst en muziek aan bod komen. Ruim 30 auteurs schreven zo'n 40 bijdragen waarin 24 rode lijnen worden getrokken, zoals economische crisis, fascisme en nationaal-socialisme en verzuiling. Tot de hoofdstukken die specifiek over muziek gaan, behoren die van Jaap van der Bent over het Jazzwereld-concert van Melle Weersma's Red, White and Blue Aces (waarbij rijkelijk uit de collectie van het oud-Nederlands Jazz Archief is geput), dat van Helleke van den Braber over Johan Heesters in Wenen, en van Natascha Veldhorst (allen Radboud Universiteit Nijmegen) over Richard Strauss' die zijn opera Arabelle dirigeerde in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Al met al een rijk boek - en een mooie aanwinst in de collectie!

In 1934, Nederlandse cultuur in internationale context. Red. Helleke van den Braber en Jan Gielkens. Uitg. Querido (ISBN 9021437866).

Meer dan ontspanning alleen. Over het belang van muziek

Omslag Meer dan ontspanning alleen

Aan het eind van de lezing Beyond entertainment: why music matters, die de Engelse filosoof Roger Scruton op 11 juni 2009 in Nijmegen hield, steekt de cultureel conservatief de loftrompet over Aap verslaat knekelgeest van Peter Schat. Mét een kanttekening: hij vindt de melodische figuren 'ook opvallend kortademig.' Zoals zoveel muziek uit deze tijd. Daarmee kiest Scruton volgens zijn opponent, Vincent Meelberg (universitair docent aan de Radboud Universiteit) voor 'de weg van de minste weerstand.' Meelberg stelt dat Scruton zowel belangrijke aspecten van het luisteren naar muziek buiten beschouwing laat, als dat er ook andere manieren dan de door Scruton als zalig verklaarde tonaliteit bestaan om tot grote muzikale vormen te komen. Hij doet dit aan de hand van een case study: de compositie Sur Incises van Pierre Boulez. Martin J.M. Hoondert (hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg) was de tweede opponent van Scruton. Hij gaat nog een stap verder en pleit voor een vorm van dialoog tussen betekenisvolle muziek en luisteraar(s). 'Muziek wordt entertainment als we er niet echt naar luisteren. Zij wordt kunst wanneer we bereid zijn echt te luisteren (...). De bezoeker van Madonna's Confessions Tour die tijdens Live to tell stond te kletsen, heeft de betekenis van deze performance niet ervaren.' Joos van Vugt voerde de eindredactie over de drie in Nijmegen uitgesproken lezingen die werden gebundeld onder de titel 'Meer dan ontspanning alleen. Over het belang van muziek.' Deze bundel is in de collectie van het Muziek Informatie Centrum opgenomen.

Meer dan ontspanning alleen. Over het belang van muziek. Roger Scruton, Vincent Meelberg, Martin J.M. Hoondert. Eindredactie Joos van Vugt. Uitg. DAMON/Soeterbeeck Programma (ISBN 9789055739998).

Zicht op verleden

Settela Steinbach
Settela Steinbach, in een veewagen op 19 mei 1944 naar Auschwitz

Bij het boek Zicht op verleden, dat Carry van Lakerveld schreef over vervolging en deportatie van de Sinti en Roma in Nederland gedurende de Tweede Wereldoorlog, zit een compact disc door Nello Mirando (viool) en Tata Mirando (piano). Zij spelen muziek, waaronder Pour Toi van Georges Boulanger, die meer zegt dan in woorden kan worden uitgedrukt. Van Lakerveld schetst de achtergrond van het (muzikanten)leven van beide groepen. Hierbij tekent zij aan dat 'de afzijdige houding van de rijksoverheid' opvallend is. 'Succesvolle Sinti werden met rust gelaten. Hetzelfde geldt voor de populaire Hongaarse zigeunerorkesten.' De Woonwagenwet (1918) was bedoeld minder succesvolle zigeuners onder controle te houden. Vanuit Westerbork, waar zigeuners aan de rand van het kamp in hun eigen wagens zaten, vonden verschillende transporten van Sinti- en Roma-families plaats. Naar Auschwitz-Birkenau. De verslagen van degenen die terugkeerden zijn 'onverdragelijk, onvoorstelbaar', aldus Van Lakerveld. 'Troost en steun was er alleen binnen de eigen gemeenschap en in de muziek die verdriet èn vreugde' vertolkt.

Carry van Lakerveld en Raoul Nijst: Zicht op verleden. Uitg. Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma (SRSR) mede ondersteund door Nederland Instituut Sinti en Roma (NISR) 's-Hertogenbosch (ISBN 9789081552615).

Klankschilder Albert de Klerk (1917-1998)

Albert de Klerk

Naast het eerder verschenen Klerke-werk, een liber amicorum (1992), dat in de collectie van het Muziek Informatie Centrum aanwezig is, is nu een fraai uitgevoerd, nieuw boek met een uitgebreid notenapparaat over componist en organist Albert de Klerk verschenen en in de collectie opgenomen. Het bestaat onder andere uit een lijvig gedeelte met foto's (85 pagina's), samengesteld door dochter Brigit, en een uitgebreide werkenlijst van circa 400 composities (37 pagina's). Voorts is een Nederlandse vertaling opgenomen van het biografisch deel uit het Duitstalige proefschrift dat Gerard Sars in 2006 schreef. Sars heeft ook een hoofdstuk bijgedragen over De Klerk en de kunst van het improviseren en tevens het interview dat Anton Vernooij met Albert de Klerk had (1989) opneiuw bewerkt. De titel van het boek, Klankschilder Albert de Klerk, is raak gekozen. Als er iemand was die klank en kleur van een orgel verkende en ten volle benutte, dan was het De Klerk wel.

Klankschilder Albert de Klerk 1917-1998. Redactie Frans Lutters, Brigit de Klerk, Gerard Sars en Lourens Stuifbergen. ARS Grafisch, Roermond (ISBN 9789090253329).

Met het oog op klassiek

Omslag Sanders' Met het oog op klassiek

De columns over klassieke muziek die Stephan Sanders iedere zaterdagavond op Radio 1 uitsprak in het programma Met het oog op morgen, zijn nu gebundeld onder de toepasselijke titel Met het oog op klassiek. Inclusief de 2 cd's is het boekje in de collectie van het Muziek Informatie Centrum opgenomen. Behalve bekende componisten en werken, komen er ook stukken voorbij 'die niet in elke cd-kast te vinden zijn' (behalve in die van het Muziek Informatie Centrum natuurlijk...). Zoals van John Cage (And the earth shall bear again), Peter Schat (Adem), Pierre Boulez (Pli selon pli), Igor Stravinsky (Rag-Time) en Herman Strategier met zijn 'eigenlijk verdomd goede' Eerste etude uit 1974. Sanders omschrijft ze met rake zinnen als: 'Schat was een componist maar ook een politiek dier, dat soms net iets meer begaan was met de mensheid dan met de mens.' Of over Boulez, van wiens muziek hij niet houdt, maar wél begrijpt. Over Orffs Carmina Burana: 'geen nazi-kunst' maar 'vakkundig gemaakte kitsch - en dat is al erg genoeg.' En neem Stravinsky, 'de eerste echte witte neger van Europa.' En tenslotte, verrassend genoeg, Herman Strategier, 'de ongelijktijdigheid van de geschiedenis.'

Stephan Sanders: Met het oog op klassiek. Uitg. Contact (ISBN 9789025453015).

Festival Toonzetters in Luister

Wilbert Bulsink
Wilbert Bulsink

In het juli/augustusnummer 2010 van Luister een uitgebreid artikel over het Festival Toonzetters, op 28 en 29 augustus. 
Interviews met één van de initiatiefnemers, Ikaros van Duppen (Buma Cultuur) en de Top drie-componisten.
Om te beginnen Seung-Ah Oh (1969). Van haar wordt JungGa uitgevoerd, een soort concert voor hobo/musette met een prominente slagwerkpartij. De essentie ervan worden naar eigen zeggen gevormd door niet-westerse elementen.
Vervolgens komt Aliona Yurtsevitch (1970) aan het woord. Van haar hand valt straks Viaggio interiore (Awakening of Alice) te horen. Een stuk voor sopraan, harp, acterend slagwerker, 2 blokfluiten en elektronica. Een reis door de eigen geest, aldus de componiste. Tussen droom en werkelijkheid.
Tenslotte Wilbert Bulsink (1983). Van hem staat de compositie Koranfragment op de lessenaars. Een werk dat is geïnspireerd door de grafische schoonheid van het 9e eeuwse Koefische schrift. En méér dan dat.
Kom eerst naar het Muziek Informatie Centrum om Luister te lezen, en ga daarna in augustus naar het Amsterdamse Muziekgebouw aan het IJ om de werken te horen.

Muziek over de laatste dag

Memling: Laatste Oordeel
Memling: Laatste Oordeel (Muzeum Narodowe, Gdansk)

Op 21 juni 2010 studeerde Barend Linders op 67-jarige leeftijd cum laude af aan de Universiteit van Amsterdam. Op een master-scriptie onder de titel Muziek over de laatste dag - een onderzoek naar representaties van de Apocalyps in recente klassieke muziek. Deze scriptie van Linders, één van de medewerkers aan de Muziekencyclopedie van Muziek Centrum Nederland, is in de collectie van het Muziek Informatie Centrum opgenomen. Linders gaat met name in op Le Grand Macabre van György Ligeti en Louis Andriessens Trilogie van de laatste dag. Van beide werken zijn de partituur en opnamen in de collectie van het Muziek Informatie Centrum aanwezig en tijdens openingsuren in te zien of te beluisteren. Het eind van de wereld wordt in allebei de composities volgens Linders weliswaar nog steeds geassocieerd met chaos en destructie, maar dan ten gevolge van menselijk handelen. Het Laatste Oordeel uit de bijbel komt in de twee geanalyseerde werken niet voor. Het antwoord op de vraag van prof. Rokus de Groot na Linders' afstudeervoordracht of er ook hedendaagse composities zijn waarin het eind als stilte wordt getoonzet, kreeg een antwoord waarin werd verwezen naar het slot van Le Grand Macabre, dat met dalende figuren en rusten zacht uitsterft. Op dit onderwerp, stilte en verstomming, zal in september 2010 Joel Kraut een promotie-onderzoek afronden onder de titel From Silence to Muteness. Eén van de aanstaande aanwinsten van het Muziek Informatie Centrum!

Carlos Micháns - Kaleidos

Carlos Micháns (foto: Marcel Peek)
Foto: Marcel Peek

In de collectie van het Muziek Informatie Centrum is een nieuwe, in eigen beheer uitgebrachte CD met werken van Carlos Micháns (1950) opgenomen.
Op deze CD: Kaleidos, het Pianokwartet (2001) en het Concert voor saxofoon en orkest (2009).
De naam 'Kaleidos' gaf Kees Hillen mee aan wat in wezen Micháns Sinfonia Concertante nr. 3 is. Daarmee hebben alle drie de opgenomen stukken de steeds groter wordende abstractie die zijn werk kenmerkt gemeen.
Micháns schrijft in een (muzikale) taal die zowel oude verhalen vertelt als nieuwe werelden opent.
Zie voor toelichtingen op genoemde werken: Uitgeverij - Downloads - Componistenbrochures.

VPRO Gids nr. 25

VPRO Gids 25

Het is als het Droste-effect: in de digitale bestanden die bij het Muziek Informatie Centrum kunnen worden geraadpleegd, zijn knipsels te vinden over de digitalisering van vier eeuwen Nederlandse kranten door de Koninklijke Bibliotheek (http://kranten.kb.nl). Maar ook in de VPRO Gids nr. 25 (19 t/m 25 juni 2010) staat een uitgebreid artikel over het eerste deel van dit project: 75 kranten tot 1940. De VPRO Gids is op zich natuurlijk geen aanwinst in de klassieke betekenis van het woord, maar brengt medewerkers van het Muziek Informatie Centrum wel elke week op de hoogte van wat er in de mediawereld speelt. In nummer 25 is dat ook nog eens een mooi interview met de Zwolse rapper Sticks: 'Stilte is het nieuwe schreeuwen.' Ook een Droste-effect trouwens: zie de Muziek Encyclopedie van Muziek Centrum Nederland of download Sticks' album L'abattoir via http://www.inacabinwith.com.

Tan Crone pianiste 1930-2009

Tan Crone

Henriëtte Posthuma de Boer schreef een mooi geïllustreerd, klein en fijn boek over Tan Crone. Het is gebaseerd op zowel gesprekken met de pianiste zelf als op haar nalatenschap en herinneringen van musici en haar partner Caecilia Andriessen, aan wie het boek is opgedragen. En passent geeft het tevens een interessant tijdsbeeld. Bijvoorbeeld over de manier van lesgeven door Nadia Boulanger, het muziekleven in Amerika gedurende de jaren vijftig van de vorige eeuw, Crone's ontmoetingen met grote musici als Clara Haskil en Rudolf Serkin, haar bezoeken aan Donemus om bladmuziek uit te zoeken, en wat het wil zeggen om met name zangers te begeleiden. Behalve dit boekje zijn in de collectie van het Muziek Informatie Centrum zijn ook tal van opnamen van Tan Crone opgenomen en op afspraak te beluisteren.

Henriëtte Posthuma de Boer: Tan Crone pianiste 1930-2009. Uitg. T. Hoetjer, Amsterdam (ISBN 978-90-9025422-7).

CD met vier strijkkwartetten van Robert de Roos

Cover cd strijkkwartetten Robert de Roos

Op het Duitse label MDG legde het Utrecht String Quartet vier strijkkwartetten van Robert de Roos (1907-1976) vast.
Hiervan is nummer 2 het oudste (1942) en nummer 7 het jongste (1971). Op deze manier is de ontwikkeling van de componist optima forma al luisterend te volgen; de bladmuziek is bij Muziek Centrum Nederland uitgegeven, via de webshop te bestellen en bij het Muziek Informatie Centrum in te zien.
Het tweede strijkkwartet is een somber, tweedelig werk dat twaalf minuten duurt.
Het zevende is ook tweedelig, maar duurt slechts acht minuten. In 1971 is er al een hele slag overheen gegaan en is alles minder breedsprakig geworden.
Dat geldt nog niet voor het derde strijkkwartet (1944-1945) dat ruim een half uur in beslag neemt.
Wat bleef, aldus Jurjen Vis in een recensie in Klassieke Zaken (juni 2010), is 'de hartstocht.'

Robert de Roos: String Quartets. Utrecht String Quartet. MDG 603 1613-2

Angela Cona: operazangeres uit Usquert

Boekomslag Angela Cona

De onlangs verschenen biografie over de boerendochter Engeline Westerhuis (1891-1984) biedt behalve het verhaal van haar leven en werk als operazangeres (ze was bekend onder de naam Angela Cona) ook en vooral een tijdsbeeld. Het beeld van een vrouw uit noord-Groningen die de wetten van haar stand doorbrak en als geëmancipeerde vrouw avant la lettre uiteindelijk de top bereikte: de Scala van Milaan. Daar neemt haar carrière, en haar leven, een andere wending omdat zij zich - ook weer door dezelfde tijd bepaald - onder de terreur van het fascisme genoodzaakt voelde naar Groningen terug te keren. Ze leidde daar een akkerbouwbedrijf in Zandeweer en gaf daarnaast zangles. In die tijd gaf ze concerten met ook Nederlandse composities op het programma. Uit 1930 is bijvoorbeeld een optreden bekend waarin ze naast werken van Richard Strauss en Edvard Grieg liederen zong van Bernard Zweers en - een feministe eigen - twee vrouwelijke componisten: Bertha Frensel Wegener (Droome-Vrouw) en Catharina van Rennes (Als de Ziele luistert).

Anne Aalders: Angela Cona : operazangeres uit Usquert. Levensverhaal van Engeline Westerhuis (19891-1984). Uitg. Profiel, Bedum (ISBN 978 90 5294 481 4)

Vier tragedies van William Shakespeare met muziek

Shakespeare! Vier tragedies

Terwijl de nieuwe seizoenbrochures binnen rollen, heeft het Muziek Informatie Centrum alvast een doosje cd's aangeschaft met vier van Shakespeare's bekendste tragedies:

  1. Hamlet
  2. Macbeth
  3. King Lear
  4. Othello

Voor kinderen naverteld door onder anderen Robbert-Jan Henkes en Erik Bindervoet. En voorgelezen door mensen als Carel Alphenaar.
De muziek is respectievelijk van Guus Janssen, Klaas ten Holt, Spinvis en Theo Loevendie.

Guus Janssen speelt, zoals wel vaker, op klavecimbel. Ook in de andere stukken zijn instrumenten te horen uit de tijd van Shakespeare. Zoals de viola da gamba bij Othello. Maar ook enkele niet-westerse instrumenten. Wat gezien het verhaal over de 'dappere Moorse generaal' niet vreemd is.

Shakespeare! Vier tragedies van Shakespeare naverteld en voorgelezen. Uitg. Stichting Parlando (ISBN 978-44-90473-01-3).

Peter Adriaansz: Waves

'Breede rivieren, ijle populieren' heet het op de aankondiging van een serie concerten door het Ives Ensemble (van 8 t/m 13 mei 2010, zie: http://www.ives-ensemble.nl). De (onder)titel gaat zeker op voor niet alleen het werk van Peter Adriaansz dat het ensemble tijdens de tournee speelt (Parallels), maar ook voor de door Ensemble Klang uitgevoerde werken uit 2008 op een recent uitgebrachte cd onder de titel Waves (EKCD1): Denkend aan Holland hoor ik boude geluiden, dwars door oneindig luchtruim gaan, slierten fluitgieren van bezuiden, waar trage echo's tegen het zenit slaan.
Erik Voermans omschrijft het werk in een recensie in het Parool (14 april 2010) aldus: 'Zeven van de acht stukken op de cd heten Wave (gevolgd door een nummer) en ze bestaan uit combinaties van zeer lange lijnen, die samen steeds veranderende veelkleurige weefsels opleveren. Als luisteraar wordt je gaandeweg steeds dieper in de klank gezogen, waarbij zich eindeloos gedetailleerde werelden ontvouwen waarvan je het bestaan niet vermoedde.'

De cd valt te bestellen of te downloaden via de link http://www.music.ensembleklang.com, maar ook bij het Muziek Informatie Centrum te beluisteren. 

Die Stelle: de favoriete maat

Gerard Ammerlaan (2006)

Twee nieuwe tijdschriftennummers met elkaar aanvullende artikelen:

De column van Elmer Schönberger (in: Preludium, mei 2010) gaat in algemene zin over 'het.' Dat wil zeggen 'het moment van de waarheid: de wending, de maat, de noot die alles wat er tot dan toe geklonken heeft en nog klinken zal, voor eens en voor altijd zijn betekenis geeft. 'Het' is de illusie die muziek boven zichzelf uit doet stijgen, een vorm van genade, zo men wil.'
Mauricio Kagel noemde het in een interview met Schönberger eens 'die Stelle.'

En laten het nu heel wat maten van diezelfde Kagel zijn die voor bassist en componist Gerard Ammerlaan het 'het' vertegenwoordigen (in: Mens en melodie, april 2010). Maar in zijn geval zijn het vooral openingsmaten, 'maten die uitnodigen om verder te luisteren.'

Voor Ammerlaan is 'het' het begin, voor Schönberger 'de definitieve lancering van het kunstwerk', en dat kan ook halverwege of aan het eind ervan zijn.
Beide tijdschriften maken onderdeel uit van de tijdschriftencollectie van het Muziek Informatie Centrum en zijn tijdens openingstijden in te zien.

To Brooklyn Bridge

Op maandag 26 april 2010 opent de radioserie Componist van de week (Radio 4, VARA, 19.30-20.00 uur) met To Brooklyn Bridge van Tristan Keuris.
De meest recente aanwinst in de knipseldocumentatie over dit stuk is een artikel van de filosoof Ger Groot in Filosofie Magazine (3/2010).
Groot beschrijft daarin de rol van de saxofoon in deze compositie: 'Muzikaal weten we meteen: we bevinden ons in het idioom van de Nieuwe Wereld.' Het 'voorzichtige begin' doet hem zelfs 'vagelijk aan de opening van Smetana's De Moldau denken.'
De kern van zijn artikel vormt echter de vraag in hoeverre To Brooklyn Bridge 'mahlerische' muziek kan worden genoemd. Hij concludeert: 'De muziek blijft autonoom, maar heeft betekenis: daarin blijft ze verbonden met de werkelijkheid. Wij kunnen over haar spreken en mogen er tenslotte het meesterwerk in ontdekken.'
In de collectie van het Muziek Informatie Centrum is uiteraard ook de recent uitgebrachte cd-box met Keuris' verzameld werk aanwezig. 

Authenticiteit

Zojuist binnen: Bibliotheekblad 8/2010. Met daarin een recensie van Agnes Klitsie over het boek Authenticiteit van James H. Gilmore en B. Joseph Pine.
Prikkelend om te leggen naast de muziekscriptie De herverzigeunering van Taraf de Haïdouks van Julia Heuwekemeijer. Die immers als ondertitel heeft: Een kritiek op de verleidingen van authenticiteit. Een scriptie die meedong naar de Muziekscriptie Prijs 2009 van Muziek Centrum Nederland en eindigde in de Top 3.

Heuwekemeijer stelt dat de algemene opvatting nu is dat authenticiteit niet meer meer bestaat. Maar dat daarentegen het geloof in authenticiteit in het geheel niet is verdwenen. Zij benadert het begrip authenticiteit als

  1. tijdloosheid bij de Ander ('de Oriënt' zou de filosoof Edward Saïd zeggen)
  2. hybriditeit
  3. een rol spelend in het wereldbeeld van mensen.

Gilmore en Pine benadrukken het begrip als

  1. het doen herleven van het verleden bij jezelf
  2. een mix
  3. een verbinding met een 'gevoel hoe de wereld in elkaar steekt' (Klitsie).

In het verschil tussen beider visie wordt een tweedeling tussen de Ander en wijzelf die op de loer ligt en een ongelijkheid in stand houdt, opgeheven.
Dit geeft een perspectief dat je al lezend in de tijdschriften en muziekscripties in de collectie van het Muziek Informatie Centrum zomaar wordt aangereikt.

Nederlandse cultuur in Europees perspectief

Bij verschijnen is de door SDU uitgegeven reeks boeken over de Nederlandse cultuur van 1650 tot nu niet aangeschaft. Maar die schade is nu ingehaald. Antiquarisch. En daarbij kregen wij in elk van de 5 delen er gratis recensies bij.

In vier delen, met elk een jaar als ijkpunt, en een deel waarin rekenschap van de uitgangspunten werd afgelegd, wordt vanuit verschillende invalshoeken een beeld geschetst van de Nederlandse cultuur in internationaal perspectief.

1650 is volgens Rudolf van Gelder (in NRC Handelsblad, 11 februari 2000) 'een knappe, rijke synthese van de belangrijkste culturele aspecten.'
1800 wordt volgens N.C.F. van Sas (in NRC Handelsblad, 1 juni 2000) gekenmerkt door een 'geforceerde antipolitieke interpretatie.' Maar Ed Jonker (in De Academische Boekengids, juni 2002) is het daar niet mee eens.
1900 mist volgens Hendrik Spiering (in NRC Handelsblad, 16 september 2000) de sociale bewegingen en concludeert dat het daarmee een burgerlijke geschiedschrijving is geworden, 'in alle betekenissen van het woord.'
1950 is volgens dezelfde recensent (in NRC Handelsblad, 23 november 2001) vooral 'intellectueel interessant.'
In hetzelfde artikel vindt hij het jammer dat Rekenschap niet heeft geleid 'tot een waardevolle evaluatie van een majeur Nederlands geschiedenis project.'

Wie er gelijk heeft, kunt u allemaal zelf beoordelen nu de lijvige reeks in de collectie van het Muziek Informatie Centrum is opgenomen.  

The Diamond Five 7'' flexidisc: een collectors item

Tot vroeg in de jaren tachtig van de vorige eeuw werd het medium Flexidisc gebruikt om reclame te maken voor talloze artikelen. Dit was een 7'' 45 toerenplaatje, een single, geperst op flinterdun plastic of karton.
Van radioreclames zoals wij die nu kennen, was in de eerste helft van de 20e eeuw geen sprake. Fabrikanten zochten andere manieren om hun product aan de man te brengen.
Zo werden er liedteksten geschreven door bekende Nederlandse tekstschrijvers. En muziek gecomponeerd voor merken als Agfa, Citroën, Caballero enz.

Een juweeltje dat onlangs in de collectie van het Muziek Informatie Centrum werd opgenomen, is een flexidisc met daarop Sister Sadie, gespeeld door de Diamond Five, in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw één van Nederlands bekendste hardbop-groepen.
Puch importeur Stokvis bracht deze live opname van de Diamond Five uit, opgemomen in de Waakzaamheid (Koog aan de Zaan) in de zomer van 1962.

Een liefde van...

In de slipstream van het treurige bericht dat Ileana Melita is overleden, schafte het Muziek Informatie Centrum  antiquarisch het boekje Een liefde van... door Betty van Garrel aan.
In deze bundeling van stukjes die zijn verschenen in Hollands Diep en NRC Handelsblad halen onder anderen musici en componisten humoristische of dramatische, maar in ieder geval onuitwisbare herinneringen op aan een eerste liefde.

Ileana Melita beschrijft een liefde in Johannesburg, waar ze zong en als tandarts-assistente geld bijverdiende. Ze is erdoor 'veranderd. Het was alsof ik een vollediger mens was geworden.'
Fay Lovsky beschouwt haar eerste liefde, een geluidstechnicus bij de Stones, inclusief een periode van ziekte en herstel, als een 'initiatie.'
Vera Beths oefende niet alleen al jong op de viool, maar als M.M.S.-meisje ook 'in andere mensen.'
En Theo Loevendie herinnert zich vooral verliefd te zijn geweest op stemmen. De 'puur muzikale kreten' van marktkooplui. Muziek was iets 'uit een andere wereld (...) een geheime liefde.'

Een liefde van... door Betty van Garrel. Uitg. Thomas Rap, 1986. De foto van Ileana Melita is afkomstig uit dit boekje.

Mens & Melodie februari 2010

Boekje CD Wergo WER 6538-2

In het eerste nummer van de 65e jaargang van het tijdschrift Mens en Melodie staat een spannend stukje over de favoriete maat van componiste Mayke Nas.

Dat blijkt een maat uit Triebstoff van de in 1959 geboren Duitse componiste Carola Bauckholt te zijn. 'De eerste keer dat ik het werk hoorde, was ik totaal overrompeld. Ook bij herbeluistering van een opname op CD bleef ik gefascineerd luisteren', aldus Nas.

Wilt u weten waaróm, kom dan naar het Muziek Informatie Centrum waar alle tot nu toe verschenen nummers van Mens en Melodie (!) in de kast staan. En lees het artikel.
Wilt u weten hoe het stuk klínkt, kom dan ook naar het Muziek Informatie Centrum. Daar valt genoemde CD (Wergo WER 6538-2) te beluisteren.

Geraffineerde gammeligheid

Omslag Geraffineerde gammeligheid, Anthony Fiumara en Martijn Padding

De hele dag hoor ik van collegae enthousiaste verhalen over zeldzame opnamen van Thelonious Monk. Ondertussen lees ik het zojuist binnengekomen, tweede deeltje in de serie boekjes van November Music, geschreven door Anthony Fiumara en Martijn Padding. Thelonious Monk komt er véél in voor. Erg veel. Over genrevervaging gesproken!

Monk is volgens Fiumara de held van Padding. Samen met de late Stravinsky. Meteen in de eerste brief die Fiumara aan Padding schrijft, staat het zwart op wit: 'Dat je in het vroege Monk-pianostuk Blend over de lage heg van de hedendaagse klassieke muziek' kijkt. Padding ontkent niet dat zijn stuk uit 1992 een Monkachtige opening heeft, gebaseerd op een paar maten uit Monk's Mood. Maar hij drukt zichzelf door Monk heen.

Padding noemt het 'gammeligheid' wat Monk (en hij) doen. In die zin vindt hij Monk interessanter dan Schönberg. Al rekken ze allebei harmonische verbanden op, Monk ontregelt meer. En daar houdt hij van.

Anthony Fiumara & Martijn Padding: Geraffineerde gammeligheid. Uitg. November Music, 's-Hertogenbosch (ISBN 978-90-76937-23-6).

Bookmark and Share