Wereldmuziek
Dag van de Wereldmuziek
Culturele misverstanden en paradoxen
Een impressie van de Dag van de Wereldmuziek 2011 door Gerard Janssen
In Rotterdam was 1 december de dag van de wereldmuziek. Muzikanten, boekers en journalisten sjokten in Rotterdam heen en weer tussen het World Music Dance Centre en de Machinist die op enkele honderden meters van elkaar liggen.
Wereldmuziekbands deden een ‘showcase’ en op een beurs presenteerden muzikanten hun bands. Op kleine laptopschermpjes kon je hun optredens zien. Veel Klezmer, Balkanmuziek, Flamenco, Fado en Tango-orkestjes, met daartussen af en toe een Turkse, Kaapverdiaanse of Marokkaanse muzikant. Veel staande bassen, bandoneons, rare gitaren, klarinetten rare hoedjes. Perfecte bands voor theaterfestivals en culturele braderieën, met Vrij Nederlandlezers, VPRO-leden en witte wijn.
Joe Boyd
Een hoogtepunt van het festival was de keynote van Joe Boyd, muziekindustrielegende en in de jaren tachtig oprichter van het wereldmuzieklabel Hannibal. Hij formuleerde de vraag waar het allemaal om draaide:
Hoe verkoop je ‘etnische muziek’ aan de westerse middenklasse?
Een vraag waar hij al decennia mee rond loopt. Boyd was de bedenker van de term ‘wereldmuziek’. Een pragmatische vondst. Om zijn muziek uit de bakken ‘etnische jazz’ of ‘internationale folklore’ te houden moest hij ervoor zorgen dat de platenzaken een nieuw genre in het leven riepen. Hij stuurde stickers ‘world music’ met zijn platen mee en de winkeliers plakten die netjes op.
Boyd combineert twee kwaliteiten die zeldzaam zijn. Aan de ene kant is hij man met een grote liefde voor muziek, aan de andere kant heeft hij die oog de waanzin en paradoxale humor die de muziekindustrie met zich meebrengt. Vooral als er een botsing is tussen twee werelden. Boyd was getuige van de opschudding die Bob Dylan veroorzaakte toen hij een elektrische gitaar oppakte, rond dezelfde tijd was hij getuige hoe Britse hippies bluesartiesten doodknuffelden en muzikaal beroofden. Sinds de jaren tachtig ziet Joe Boyd van dichtbij hoe de werelden van de etnische volksmuziek en de westerse luisteraars botsen.
Authentiek
Om aan te slaan bij het westerse publiek, moet wereldmuziek authentiek ‘voelen’, zei Boyd, ‘we zijn verveeld door de techniek. Het lijkt of we een soort heimwee hebben naar iets wat eenvoudiger is’. Westerlingen hebben het idee dat er‘iets’ verloren is gegaan in de industrialisering en globalisering. En dat ‘iets’ horen ze graag terug in de muziek waar het label ‘wereldmuziek’ op staat.
Maar de muzikanten die deze muziek maken hebben geen boodschap aan de gevoelens van de westerse middenklasse. Boyd vertelt hoe hij Cubaanse muzikanten opnam in Havana, en daarvoor een oude vervallen studio in ere herstelde, zodat hij de muziek op een ouderwetse manier – een microfoon aan het plafond – op kon nemen. Maar de Cubaanse muzikanten waren boos. Zij wilden juist een plaat opnemen in een moderne westerse geluidsstudio, gebruikmakend met de nieuwste technieken.
Paradoxen
De meeste wereldmuzikanten, om ze zo maar te noemen, hebben lak aan authenticiteit of warme exotische klanken. In Rasa in Utrecht speelde ooit een Indiase sitarspeler klassieke Indiase muziek. Hij wist glasheldere klanken uit zijn instrument te halen, maar tussen de nummers door leverde hij chagrijnig commentaar.
Hij was het helemaal zat dat wereldmuziekgedoe. En hij legde ook precies uit waarom. Iedere raga stond voor een emotie. De eerste raga was heel somber, de tweede raga was opgewekt en weer een andere raga had een gevoel van eenzaamheid. Een Indiër hoorde dat en reageerde met een zucht van verlangen of een glimlach. Maar westerse luisteraars hoorden het verschil niet. Voor hen hadden de klanken maar één gevoel, dat van een vaag exotisch verlangen. En hoe droef of vrolijk een raga ook was, het enige wat ze leken te doen was apathisch en dromerig glimlachen.
Wereldmuziek bestaat niet zonder dit soort culturele misverstanden en paradoxen. Maar de kloof is niet onoverbrugbaar. Het leuke aan deze tijd is dat er steeds meer mensen zijn die deze cultuurverschillen van binnenuit kennen en beide kanten van het verhaal begrijpen.
Nieuwsgierig
Allereerst zijn er natuurlijk de vele kinderen van immigranten. Jonge mensen van Turks en Marokkaanse afkomst zijn misschien meer geïnteresseerd in elektronische beats en synthesizerbassen, maar veel ervan kennen hun muzikale wortels.
Ze zijn gewend aan de Arabische en Turkse maqams (toonladders) en kennen hun subiele emotionele lading. Ze praten er niet over omdat het te ingewikkeld is om uit te leggen. Vraag een taxichauffeur met een Turkse achtergrond van welke muziek hij houdt, en je krijgt een ontwijkend antwoord. Vraag hem naar Zeki Müren en hij houdt niet op te vertellen over de klank van zijn stem, de uitspraak van de taal en de subtiliteit in de melodieën die hij zong. Vraag een Marokkaan naar Nass el Giwane of Fahrid Al Attrache en hij zal niet meer ophouden met praten.
Aan de andere kant zijn er de blonde jongens, grootgebracht met koeienmelk, die via internet een oud (Arabisch snaarinstrument) kopen en toonladders leren via websites als www.oudcafe.com en www.makamworld.com. Arabische leraren doen op YouTube voor hoe het moet. En oudspelers als de Nederlandse Mohamed Ahaddaf laten hun improvisaties horen aan andere oudspelers. Jonge nieuwsgierige drummers kijken naar Afrikaanse drummers.
Herwaardering
Door internet is er herwaardering voor de ‘orale overdracht’. Bladmuziek en muzieknotatie zijn niet meer zo belangrijk als een aantal jaar geleden. Verfijnde ritmes en exotische toonsystemen die van meester op leerling zijn op internet te vinden. Trucs die bedacht om mensen aan het dansen te krijgen of om mensen in vervoering te krijgen, methoden die in en eeuwenlang proces steeds verder verfijnd zijn. Ritmes en melodiestructuren die van meester op leerling zijn doorgegeven.
Ook Joe Boyd signaleert dat, ‘De ‘white middle class’ plunderde de Blues, maar de mijn is leeg, nu zijn het de muzikale schatten van Afrika die aan de beurt zijn.’ Prachtige muzikale vondsten liggen overal ter wereld voor het oprapen. Steeds meer muzikanten reizen zelf naar Afrika, zoals de percussionisten van het Twitching Eye Trio, Jos de Haas van The New Cool Collective of Ziya ‘Blue Flamingo’ Ertekin, om 78-toerenplaatjes met Congojazz te scoren, op zoek naar de ‘ritmes waarop blanke middenklassers hun achterwerk op een nieuwe manier kunnen bewegen’, zoals Boyd het noemt.
Gerard Janssen is dj in o.a. Easy Alohas, muzikant en schrijft columns en interviews voor het Parool en Vrij Nederland.

![Informatiemarkt dag van de wereldmzuiek 2011 [foto:MCN] Informatiemarkt dag van de wereldmzuiek 2011 [foto:MCN]](http://www.muziekcentrumnederland.nl/typo3temp/pics/545b30b32e.jpg)
![Twitching Eye Trio [foto: Liz Kalisvaart] Twitching Eye Trio [foto: Liz Kalisvaart]](http://www.muziekcentrumnederland.nl/typo3temp/pics/766a0338ca.jpg)
![KiT [foto: Liz Kalisvaart] KiT [foto: Liz Kalisvaart]](http://www.muziekcentrumnederland.nl/typo3temp/pics/5cf79c0152.jpg)
![(ti-an-guis) [foto: Liz Kalisvaart] (ti-an-guis) [foto: Liz Kalisvaart]](http://www.muziekcentrumnederland.nl/typo3temp/pics/fb28ae8c8c.jpg)
![Joe Boyd [foto: Liz Kalisvaart] Joe Boyd [foto: Liz Kalisvaart]](http://www.muziekcentrumnederland.nl/typo3temp/pics/dccb64ebb4.jpg)
![DJ Threesixty [foto: Liz Kalisvaart] DJ Threesixty [foto: Liz Kalisvaart]](http://www.muziekcentrumnederland.nl/typo3temp/pics/f260cf3ca0.jpg)
![Tiltan [foto: Liz Kalisvaart] Tiltan [foto: Liz Kalisvaart]](http://www.muziekcentrumnederland.nl/typo3temp/pics/598c45ca72.jpg)
![Neco Novellas [foto: Liz Kalisvaart] Neco Novellas [foto: Liz Kalisvaart]](http://www.muziekcentrumnederland.nl/typo3temp/pics/35379a7459.jpg)
